Mens & vakmanschap
Samen werken we veilig, met aandacht voor elkaar
Samen werken we veilig, met aandacht voor elkaar
Veilig werken is onlosmakelijk verbonden met ons vak. In 2025 was veiligheid niet een op zichzelf staand onderwerp, maar een vast onderdeel van hoe we ons werk voorbereiden, uitvoeren en met elkaar bespreken. Dat is nodig, want ons werk verandert. Denk bijvoorbeeld aan de groeiende vraag naar warmtepompen met buiten‑units, waardoor collega’s steeds vaker en langer op daken werken. Dat vraagt om bewuste keuzes en extra aandacht voor veilig werken op hoogte.

Toen Tijmen Breman in 1925 begon, was voor elkaar zorgen vanzelfsprekend. Je kende elkaar, hielp elkaar en lette op elkaar. Veiligheid is bij ons nooit een apart project geweest. Al bij de oprichting stond zorgen voor elkaar centraal. Wat veranderd is: we organiseren het nu bewuster. Sinds 2022 werken we vanuit gezamenlijke afspraken en een gedeelde aanpak. We melden onveilige situaties, gaan met elkaar in gesprek en spreken elkaar aan. Zo groeit veiligheid mee met onze organisatie.

Werken met persoonlijke beschermingsmiddelen, toen en nu: 100 jaar groei in veilig vakmanschap.
“We werken veilig of we werken niet” en de tien veiligheidsregels die daarbij horen zijn de basis van ons veiligheidsbeleid. Dit beleid geldt voor onze sociale veiligheid, onze veilige werkomgeving en voor de veiligheid van onze installaties.
Samen werken aan veiligheid: Team Veiligheid en Bewust Veilig Dag
Een belangrijke stap in 2025 was de start van Team Veiligheid: collega's uit verschillende vestigingen en functies die samen werken aan onze veiligheidscultuur. Tijdens de kick-off in juni 2025 gingen zo'n zestig collega's in gesprek over wat ons werk veilig maakt. Inmiddels zetten ruim 100 collega's zich in vaste periodes in voor thema's als orde en netheid, risico's herkennen en erkennen, sociale veiligheid en samenwerken in veiligheid.
Ook de Bewust Veilig Dag speelde hierin een belangrijke rol. Deze dag is een jaarlijks initiatief vanuit onze sector en is sinds 2023 een vast moment in onze agenda om samen stil te staan bij veilig en gezond werken. Met laagdrempelige en speelse werkvormen gaan collega’s met elkaar in gesprek over risico’s, gedrag en keuzes in het werk. Dit levert vooral bewustwording, herkenning en open gesprekken op, waardoor veiligheid makkelijker bespreekbaar wordt.
Bewust omgaan met risico’s en sociale veiligheid
Met de Laatste Minuut Risico Analyse (LMRA) staan we vóór de start van het werk stil bij risico's: wat gaan we doen, wat kan er misgaan? Dat helpt vooral bij werk dat net even anders is dan standaard, zoals werken op hoogte. Daarom volgden collega's gerichte trainingen. Tegelijk versterken we de meldcultuur, zodat onveilige situaties eerder worden gesignaleerd en we gericht kunnen bijsturen.
Daarbij zien we steeds duidelijker dat veiligheid niet alleen gaat over fysieke risico’s, maar ook over hoe collega’s zich voelen en met elkaar omgaan. Het durven uitspreken van zorgen of het aanspreken van elkaar vraagt vertrouwen. Via initiatieven rond duurzame inzetbaarheid, mede mogelijk gemaakt door het MDIEU-programma, is hier extra aandacht voor, onder andere door het versterken van gesprekken op de werkvloer en aandacht voor welzijn.

“Voor mij begint veiligheid bij zorg voor elkaar. Als respect ontbreekt en mensen niet naar elkaar luisteren, wordt veilig werken heel lastig.”
Henri Snijder (Manager QHSE)
Veiligheid borgen door vakmanschap en duidelijke afspraken
Veilig werken vraagt om vakbekwaamheid en duidelijke afspraken. Daarom werkt Breman met gekwalificeerd personeel en voldoen we aan de certificeringen en keurmerken die daarbij horen. Dit is voor ons een vanzelfsprekend onderdeel van goed vakmanschap en wordt ook door opdrachtgevers verwacht.
Een belangrijk hulpmiddel hierin is de veiligheidsladder (Safety Culture Ladder). In 2025 werd veiligheid steeds meer onderdeel van ons vak. Team Veiligheid zorgde voor nieuwe energie en betrokkenheid. Inmiddels zijn 10 van de 18 vestigingen trede 3 gecertificeerd op de veiligheidsladder. De opleidingen voor veilig werken op hoogte maakten zichtbaar verschil op de werkvloer. Breman heeft vastgesteld dat de veiligheidscultuur minimaal dient te voldoen aan de interpretatie van trede 3 van de veiligheidsladder. Dit niveau staat voor een organisatie waarin afspraken duidelijk zijn, verantwoordelijkheden zijn belegd en veiligheid structureel wordt meegenomen in het werk. Zo borgen we veilige installaties bij klanten, een veilige werkomgeving en het voorkomen van veiligheidsincidenten.
We zijn daarbij eerlijk over waar we staan. Niet alles loopt overal gelijk en niet iedere verandering is al routine. Verschillen tussen vestigingen en teams horen bij onze organisatie en vragen om blijven leren en oefenen. Veiligheid is geen eindpunt, maar een proces waarin we blijven leren en verbeteren.
| Indicator | 2025 | 2024 | Referentie |
|---|---|---|---|
| Aantal ongevallen | 92 | 98 | VSME B9 41 (a) |
| Aantal ongevallen met verzuim als gevolg | 22 | 27 | Vrijwillig |
| Aantal dodelijke ongevallen | 0 | 0 | VSME B9 41 (b) |
| Ongevallenratio | 7,3% | 8,6% | VSME B9 41 (a) |
| Verzuimpercentage | 6,7% | 6,6% | Vrijwillig |
In 2025 nam het aantal ongevallen en het aantal ongevallen met verzuim licht af ten opzichte van 2024. Ook de ongevallenratio nam af. Deze cijfers laten zien dat we stappen zetten richting een veiligere werkomgeving. Ieder ongeval blijft er echter één te veel. Daarom blijven we inzetten op het onderzoeken en opvolgen van incidenten en signalen, zodat we gericht kunnen leren en verbeteren. Dit zien we terug in het aantal meldingen: in 2025 nam het aantal meldingen toe van 439 naar 504. Het aantal proactieve meldingen, verbetermogelijkheden en signaleringen van gevaarlijke situaties nam daarmee voor het tweede jaar op rij toe. Dat laat zien dat collega’s sneller signaleren wat beter kan, dat onveilige situaties eerder bespreekbaar zijn en passende maatregelen worden doorgevoerd.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Indicator | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Injury Frequency Rate (IF) | 8,7% | 11,3% |
| Total Recordable Injury Rate (TRIR) | 36,3% | 36,5% |
| Severity Rate (SR) | 59,2% | 15,3% |
Toelichtingen bij de berekening van deze indicatoren vind je in de bijlage.
Het verzuimpercentage bleef in 2025 vrijwel gelijk en nam licht toe van 6,6% naar 6,7%. Tegelijkertijd is het aantal ongevallen met verzuim per gewerkte uren sterk afgenomen, van 11,3% naar 8,7%. Dit laat zien dat er in 2025, in verhouding, minder ernstige ongevallen zijn geweest. Het totaal aantal ongevallen per gewerkte uren (TRIR) is iets afgenomen, maar blijft met 36,3% relatief hoog. Dit komt vooral door de toegenomen meldingsbereidheid. In 2025 zijn er meer kleine incidenten gemeld, zoals ‘pleisterincidenten’.
In eerdere jaren waren dit er minder. De stijging komt vooral doordat medewerkers incidenten vaker melden. Het gaat om verschillende soorten meldingen, van kleine verwondingen tot ernstigere incidenten. Omdat ook kleine incidenten nu meetellen in de cijfers, is de TRIR hoger. In 2026 verbeteren we de manier van registreren. Dan houden we pleister-incidenten apart bij. Zo krijgen we een duidelijker beeld van de oorzaken en trends van klein letsel.
Op dit moment geeft de combinatie van IF en TRIR een open en eerlijk beeld van onze hoge meldingsbereidheid. Deze meldingsbereidheid past bij onze versterkte veiligheidscultuur. Opvallend is dat de lage ernst van veel incidenten niet terug te zien is in de Severity Rate (59,2%). Deze is juist sterk toegenomen. Dat komt door drie incidenten met zeer langdurig verzuim. De oorzaken van deze incidenten zijn bekend en onderzocht. Waar nodig zijn maatregelen genomen. Met preventieve maatregelen en maatwerk, in overleg met de arbodienst, zetten we ons in om langdurig verzuim zoveel mogelijk te voorkomen.
Sociale veiligheid meten we jaarlijks via het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO). In dit onderzoek vragen we collega’s onder andere of zij zich veilig genoeg voelen om zaken die hen raken open te bespreken, of zij collega’s en leidinggevenden kunnen aanspreken op gedrag, en of er ruimte is om feedback te geven en te ontvangen. In 2025 nam de score voor sociale veiligheid toe van 8,0 (2024) naar 8,1 (2025). We merken dat situaties vaak informeel worden opgelost met de leidinggevende of vertrouwenspersoon en niet altijd als incident worden vastgelegd.
Sociale veiligheid vraagt blijvend aandacht. We hebben nog stappen te zetten in het vastleggen van signalen. Er is geen streefcijfer, want elk incident is er één te veel. Vertrouwenspersonen spelen een belangrijke rol. Via toolboxen over de Bedrijfscode en decentrale acties per vestiging werken teams gericht aan wat bij hen nodig is.
In 2026 bouwen we stevig verder. We zitten zeker niet stil. Team Veiligheid loopt door en groeit door. Ook onze kennis- en vaardighedenontwikkeling stopt nooit. We verdiepen ons verder in bijzondere werkomstandigheden, zoals werken in besloten ruimtes, waar extra aandacht en vaardigheden voor nodig zijn. De Bewust Veilig Dag krijgt opnieuw een belangrijke rol, dit keer met het thema “Veilig gedrag werkt elke dag.” Henri Snijder (Manager QHSE) zei hierover in een interview bij Techniek Nederland: “Wij gebruiken de Bewust Veilig Dag als jaarlijkse boost voor onze veiligheidscultuur. De landelijke campagne en ons eigen traject versterken elkaar.”
De afgelopen jaren wordt digitalisering, en daar verstandig mee omgaan, een steeds groter onderdeel van ons werk. Waar we honderd jaar geleden veiligheid borgden met goed gereedschap en vakkennis, doen we dat vandaag ook met sterke wachtwoorden, beveiligde verbindingen en alert gedrag achter het scherm. Elke phishingmail die wordt gemeld, elke collega die even belt bij twijfel, laat zien: digitale veiligheid is niet slechts een thema voor ICT-collega’s, maar heeft betrekking op álle collega’s.
In de jaren ’20 van de vorige eeuw bestond “informatiebeveiliging” uit iets heel menselijks: afspraken nakomen, eerlijk omgaan met gegevens van klanten en elkaar kunnen vertrouwen. De grootste digitale stap in onze geschiedenis kwam pas rond de eeuwwisseling, toen werkbonnen, klantdossiers en tekeningen van papier naar digitaal gingen. Waar informatie vroeger in ordners en kaartenbakken lag, stroomt het nu door systemen en apps. Maar het gaat nog steeds om hetzelfde: zorgvuldig omgaan wat ons is toevertrouwd.

Een kantoor in de jaren '80 versus een huidige kantoorplek.
In 2025 hebben we digitale veiligheid een duidelijke stap verder gebracht. Na een incident in een eerder jaar besloten we onze digitale beveiliging te versterken. Samen met onze veiligheidspartners monitoren we onze systemen nu 24 uur per dag. Wilco Foppen, Senior Security Officer, licht toe: “Waar we voorheen overdag zicht hadden, is er nu ook ’s avonds en in het weekend toezicht. Zo zien we sneller wat er speelt en kunnen we direct handelen.”
We voerden het vernieuwde informatiebeveiligingsbeleid in: tweestapsverificatie werd de norm en we namen een eerste paragraaf over AI-gebruik op. Het principe is helder: iedereen is verantwoordelijk voor zorgvuldig omgaan met gegevens. Toegang tot informatie is alleen mogelijk wanneer het nodig is voor de functie.
Daarnaast hebben we het bewustwordingsprogramma digitale veiligheid opgezet en zijn de eerste initiatieven gestart. Het programma bestaat uit verschillende, samenhangende onderdelen. Collega’s krijgen realistische phishingtests, met duidelijke uitleg en directe terugkoppeling. Bij twijfel wordt melden actief gestimuleerd via een laagdrempelige meldknop en snelle reactie vanuit ICT. Zo leren collega’s risico’s herkennen en weten zij wat veilig handelen in de praktijk betekent.
Ook hebben we digitale toolboxsessies ingericht voor onder andere monteurs en projectleiders. In deze sessies bespreken we herkenbare praktijksituaties, zoals verdachte e-mails, berichten of links. Het bewustwordingsprogramma loopt door in 2026 en wordt verder uitgebouwd, zodat veilig digitaal werken steeds vanzelfsprekender wordt in het dagelijks werk van alle collega’s.
In 2025 hebben we stappen gezet om onze digitale veiligheid verder te verbeteren. We volgen onze digitale veiligheid met vier meetpunten:
Op basis van deze meetpunten sturen we bij en stellen we doelen voor 2026. De focus verschuift steeds meer van technische maatregelen naar veilig digitaal gedrag in het dagelijks werk. Vanwege de vertrouwelijke aard van digitale veiligheid delen we geen concrete resultaten. Intern bespreken we de uitkomsten regelmatig en sturen we bij waar nodig.
In 2026 en de jaren daarna verleggen we de focus van een stevige technische basis naar het verder ontwikkelen van veilig digitaal gedrag. Het bewustwordingsprogramma dat in 2025 is gestart, loopt door in 2026. We verwachten dat dit programma stap voor stap bijdraagt aan bewust en zorgvuldig handelen in de praktijk. Tegelijkertijd kost gedragsverandering tijd. Daarom blijven we de resultaten periodiek monitoren, toetsen we de naleving van het Informatiebeveiligingsbeleid en sturen we bij waar nodig.
We blijven investeren in korte, praktische trainingen, digitale toolboxen en duidelijke afspraken met partners in de keten. Zo bouwen we aan een toekomst waarin vakmanschap ook betekent: veilig omgaan met data. Voor elkaar, voor onze klanten en voor de volgende generaties.