Spring naar inhoud

7.2 Duurzaamheidsverslag (VSME)

Gestructureerd inzicht in onze duurzaamheidsresultaten voor onze stakeholders

7.2.1 Inleiding VSME-bijlage

Waarom en hoe wij rapporteren over duurzaamheid

Breman rapporteert vrijwillig over duurzaamheid. Dit doen wij omdat transparantie over onze impact, prestaties en ambities past bij wie wij zijn en bij onze visie op duurzaam ondernemerschap. De duurzaamheidsresultaten van Breman zijn ook opgenomen in dit commerciële jaarverslag. Daar vertellen wij het samenhangende verhaal over onze organisatie, strategie en resultaten, inclusief de belangrijkste ESG-thema’s en bijbehorende cijfers.

Deze bijlage vormt daarop een verdieping en structurering. Hierin presenteren wij onze duurzaamheidsinformatie volgens de Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs (VSME). Met deze bijlage bieden wij stakeholders die werken met VSME- of Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD)-achtige rapportagekaders een duidelijk en herkenbaar overzicht van onze duurzaamheidsresultaten.

Van CSRD-verplichting naar vrijwillige VSME-rapportage

In eerdere jaren viel Breman onder de reikwijdte van de CSRD. In die periode hebben we een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Door wijzigingen in de Europese duurzaamheidswetgeving, waaronder het zogenoemde Omnibus-vereenvoudigingspakket, valt Breman inmiddels onder de drempelwaarden en zijn we niet langer wettelijk verplicht om volgens de CSRD te rapporteren. Ondanks dat Breman inmiddels niet langer CSRD-plichtig is, blijven de uitkomsten van de DMA relevant. Ze vormen nog steeds de inhoudelijke basis voor onze duurzaamheidsstrategie en voor de ESG-thema’s waarover wij rapporteren. 

Van integraal verhaal naar gestructureerde VSME-bijlage

Breman heeft gekozen voor een duidelijke verdeling in de verslaglegging. In het commerciële jaarverslag vertellen wij het integrale verhaal over Breman. Dit verslag bevat zowel onze duurzaamheidsresultaten per ESG‑thema als niet‑ESG‑onderwerpen, zoals de financiële performance, de jaarrekening en andere bedrijfsmatige ontwikkelingen. Binnen de ESG‑hoofdstukken zijn minimaal de kwantitatieve datapunten opgenomen die volgen uit de VSME‑rapportagestandaard. Waar dit relevant wordt geacht, lichten wij daarnaast vrijwillig ook aanvullende datapunten toe die aansluiten bij de ESRS, evenals enkele andere relevante kwantitatieve indicatoren.

In deze VSME‑bijlage zijn alle toepasselijke VSME‑datapunten volledig en systematisch uitgewerkt. In het commerciële jaarverslag wordt bij cijfers en indicatoren verwezen naar de bijbehorende referenties (VSME en, waar van toepassing, ESRS of andere vrijwillige indicatoren). Deze bijlage bevat daarmee het complete overzicht en de nadere toelichting. Met deze opzet sluiten wij aan bij verschillende informatiebehoeften: een toegankelijk en samenhangend verhaal in het jaarverslag en een herkenbaar en vergelijkbaar rapportagekader in de VSME‑bijlage.

Duurzaamheidsstrategie als inhoudelijke basis

Onze duurzaamheidsstrategie beschrijft hoe duurzaamheid is verankerd in de visie en strategie richting 2030 van Breman. In deze strategie wordt onder andere toegelicht:

  • welke ESG-thema’s voor Breman materieel zijn;
  • hoe deze thema’s samenhangen met onze koers richting 2030;
  • welke stakeholdergroepen belangrijk en betrokken zijn; 
  • en hoe de waardeketen is meegenomen.

De DMA is tot stand gekomen in dialoog met verschillende stakeholdergroepen en stakeholders, waaronder medewerkers, klanten, leveranciers en andere partners in de keten. Daarbij brachten we twee perspectieven samen. We keken naar onze impact op milieu, mens & maatschappij en bestuur & beleid. En naar de risico’s en kansen voor onze organisatie. 

In deze VSME-bijlage sluiten wij aan bij de keuzes die in de duurzaamheidsstrategie zijn gemaakt. De strategie bevat de inhoudelijke duiding en deze bijlage richt zich op de gestructureerde weergave van de bijbehorende datapunten. De samenhang tussen de strategische prioriteiten richting 2030, de duurzaamheidsstrategie en de hoofdstukken in het commerciële jaarverslag zijn in onderstaand overzicht aan elkaar gekoppeld.

Strategische prioriteiten 2030 Duurzaamheidsstrategie incl. paginaverwijzing Jaarverslag 2025
Randvoorwaarde veiligheid Een veilige werkomgeving en sociale veiligheid (p. 13) 2.1.1 Zo bouwen we elke dag aan veiligheid
Veilige installaties (p. 14) 2.1.1 Zo bouwen we elke dag aan veiligheid
Digitale veiligheid (p.15) 2.1.2 Beschermd in een digitale wereld
Breman is een geweldige plek om te werken, voor iedereen Breman voor Iedereen (p. 17) 2.2.1 Een werkplek voor iedereen
Energiepositieve arbeidsvoorwaarden (p. 18) 2.2.4 Onze arbeidsvoorwaarden: van vitaliteit tot verduurzaming
Een Leven Lang Ontwikkelen (p.19) 2.2.3 We zetten ontwikkeling centraal
Optimale klantervaring vanuit één Breman Proactief delen van kennis en ervaring (p. 21) 5.2 De kracht van vroegtijdig advies
Duurzame, doordachte en toekomstbestendige oplossingen (p. 22)
Duurzaamheid en circulariteit zijn de norm Reduceren van onze CO₂-uitstoot (p. 24 en 25) 4.1 Minder uitstoot, meer impact
Slim omgaan met materialen, van begin tot eind (p. 26) 4.3 De cirkel rond: circulair werken
Optimaliseren en voorkomen afvalstromen (p. 27) 4.2 De grondstoffen van de toekomst
Standaardisatie vergroot ruimte voor vakmanschap en waarde Deze prioriteit richt zich op efficiënte processen en slimme technologieën. Er zijn geen losse duurzaamheidsthema’s aan gekoppeld, maar ze ondersteunen wél onze duurzaamheidsdoelen (p. 31). 3 Slim & toekomstbestendig werken

Betrouwbaarheid en assurance

De duurzaamheidsinformatie in het commerciële jaarverslag en deze VSME-bijlage is niet onderworpen aan assurance door een accountant. Er is geen controle of beoordelingsopdracht uitgevoerd en er is geen assurancerapport uitgebracht.

Wel heeft een adviseur van een Big4 accountantskantoor meegekeken met de opzet en berekening van de CO₂-voetafdruk van Breman. Deze werkzaamheden hadden een adviserend karakter en zijn uitgevoerd zonder het verstrekken van zekerheid. De betrokken adviseurs hebben geen assurance afgegeven en geen afzonderlijk rapport opgesteld.

De uitgevoerde review heeft Breman geholpen om uitgangspunten, methodieken en aannames kritisch te toetsen en waar nodig aan te scherpen. Hiermee is de betrouwbaarheid en consistentie van de berekeningen verder versterkt. Voor alle duurzaamheidsinformatie in deze VSME-bijlage geldt dat Breman verantwoordelijk is voor de inhoud en toelichting daarvan.

Vergelijkbaarheid en ontwikkelpad

Dit verslagjaar is het eerste jaar waarin Breman rapporteert volgens de VSME-rapportagestandaard. Waar mogelijk zijn in deze bijlage vergelijkende cijfers over 2024 opgenomen, zodat ontwikkelingen in de tijd zichtbaar worden. Breman ziet het duurzaamheidsverslag als een leer- en ontwikkelproces. De toepassing van VSME vormt een belangrijk fundament. In komende jaren blijven wij werken aan verdere verbetering van datakwaliteit, consistentie en volledigheid, met blijvende aandacht voor de thema’s die voor onze stakeholders het meest relevant zijn.

Leeswijzer: toelichting op de VSME-datapunten

In het vervolg van deze bijlage worden de datapunten uit de uitgebreide VSME-module één voor één toegelicht. De structuur volgt de opzet van de VSME-standaard. Per datapunt wordt aangegeven welke informatie van toepassing is en hoe deze is ingevuld. In de tabel hieronder lees je welke VSME-datapunten in welk subhoofdstuk van bijlage 7.2 zijn toegelicht.

Subhoofdstuk in 7.2 Duurzaamheidsverslag (VSME) Betreffende VSME-datapunten in subhoofdstuk
7.2.2 Algemene informatie (VSME) B1, B2, C1, C2
7.2.3 Milieu (E) B3, B4, B5, B6, B7, C3, C4
7.2.4 Mens & Maatschappij (S) B8, B9, B10, C5, C6, C7
7.2.5 Bestuur & Beleid (G) B11, C8, C9

7.2.2 Algemene informatie (VSME)

Grondslag van het verslag (B1)

Toegepaste rapportagestandaard en module

Voor dit duurzaamheidsverslag past Breman de Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs (VSME) toe, zoals ontwikkeld door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG). Daarbij worden zowel de basismodule als de uitgebreide module toegepast. De basismodule bevat de essentiële duurzaamheidsindicatoren die voor alle organisaties relevant zijn. De uitgebreide module bouwt voort op de basismodule en bevat aanvullende datapunten die zorgen voor een verdiepend inzicht in de duurzaamheidsimpact en ‑prestaties van Breman. De keuze om ook de uitgebreide module toe te passen sluit het beste aan bij:

  • de omvang en complexiteit van Breman;
  • de informatiebehoefte van stakeholders zoals zakelijke klanten, financiers en ketenpartners; en
  • de eerdere inrichting van de duurzaamheidsrapportage op basis van de ESRS.

In deze VSME‑bijlage zijn alle toepasselijke datapunten uit de basismodule en de relevante aanvullende datapunten uit de uitgebreide module volledig en systematisch uitgewerkt. Informatie wordt daarbij alleen verstrekt wanneer deze relevant is voor de specifieke situatie van Breman.

Inhoud en reikwijdte van het verslag

Dit duurzaamheidsverslag heeft betrekking op het boekjaar 2025. Dit is het eerste jaar dat Breman uitgebreid over haar duurzaamheidsprestaties rapporteert. Het verslag is opgesteld als bijlage bij het commerciële jaarverslag en geeft inzicht in de duurzaamheidsprestaties en ‑ontwikkelingen van Breman. Waar mogelijk zijn vergelijkende cijfers over 2024 opgenomen om ontwikkelingen in de tijd zichtbaar te maken. Als historische gegevens nog niet beschikbaar of betrouwbaar waren, is dit toegelicht.

Het duurzaamheidsverslag is opgesteld op geconsolideerde basis en omvat Breman Holding B.V. en haar Nederlandse dochterondernemingen, waarover Breman beleidsmatig en operationeel zeggenschap heeft.

Breman is daarnaast actief in Duitsland. Deze activiteiten zijn niet opgenomen in de reikwijdte van dit duurzaamheidsverslag. Breman rapporteert vrijwillig volgens de VSME- rapportagestandaard en heeft ervoor gekozen het verslag gefaseerd op te bouwen, te starten met de Nederlandse activiteiten, die circa 95% van de totale groepsomzet vertegenwoordigen. In boekjaar 2025 bedraagt de omzet van Breman Duitsland circa 4,1% van de totale groepsomzet. Hoewel omzet geen directe maatstaf is voor duurzaamheidsimpact, wordt op basis hiervan aangenomen dat het buiten beschouwing laten van Breman Duitsland niet leidt tot een materiële vertekening van het gepresenteerde totaalbeeld. In toekomstige verslagjaren wordt beoordeeld of uitbreiding van de rapportagereikwijdte nodig is.

De lijst van entiteiten die binnen de reikwijdte van dit duurzaamheidsverslag vallen, inclusief hun geregistreerde adressen, zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Naam entiteit Wettelijk geregistreerd adres
Breman Drachten B.V. De Hemmen 28, 9206 AG Drachten
Breman Fabriek B.V. Sasdijk 9, 8281 BM Genemuiden
Breman Groepskantoor B.V. Ceintuurbaan 15, ZA, 8022 AW Zwolle
Breman Harderwijk B.V. Celsiusstraat 43, 3846 BK Harderwijk
Breman Hasselt B.V. Veerweg 5, 8061 RA Hasselt
Breman Installatiefabriek IJsselmuiden B.V. Ondernemersstraat 3, 8271 RS IJsselmuiden
Breman Installatiegroep B.V. Sasdijk 9, 8281 BM Genemuiden
Breman Kampen B.V. Stoomstraat 9, 8263 AT Kampen
Breman Maasland B.V. Schepelstraat 47, 6045 KA Roermond
Breman Management B.V. Sasdijk 9, 8281 BM Genemuiden
Breman Techniek B.V. Schokkerweg 1, 8042 PC Zwolle
Breman Utiliteit Rotterdam B.V. Vareseweg 11, 3047 AT Rotterdam
Breman Utiliteit Zuid B.V. De Blokmat 17, 8281 JH Genemuiden
Breman Utiliteit Zwolle B.V. Pascalweg 2, 8013 RC Zwolle
Breman Warmteadvies B.V. Karst de Langestraat 10, 8281 JA Genemuiden
Breman Woningbeheer Facilitair B.V. Karst de Langestraat 10 a, 8281 JA Genemuiden
Breman Woningbeheer Midden B.V. Amersfoortseweg 24 h, 3951 LB Maarn
Breman Woningbeheer Noord B.V. De Hemmen 28, 9206 AG Drachten
Breman Woningbeheer Noord-West B.V. De Blokmat 17, 8281 JH Genemuiden
Breman Woningbeheer Oost B.V. Karst de Langestraat 10, 8281 JA Genemuiden
Breman Woningbeheer Zuid B.V. Industriekade 45, 6006 SJ Weert
Breman Woningbeheer Zuid-West B.V. Braillestraat 18, 2652 XV Berkel en Rodenrijs
Breman Woningrenovatie Zuid B.V. Marconilaan 2, 5151 DR Drunen
Breman Zuid B.V. Marconilaan 4, 5151 DR Drunen
Breinn B.V. Ceintuurbaan 15, ZA, 8022 AW Zwolle
Gedie B.V. Jutestraat 8, 8281 JS Genemuiden
Installatiebedrijf T. Breman B.V. Sasdijk 9, 8281 BM Genemuiden

Gevoelige informatie uitgesloten

In dit duurzaamheidsverslag is geen informatie weggelaten omdat deze als gerubriceerd of gevoelig wordt beschouwd. Alle informatie die op grond van de VSME-rapportagestandaard van toepassing is op de specifieke situatie van Breman, is opgenomen in dit verslag.

Algemene kenmerken  
Juridische vorm Besloten vennootschap
NACE-sector F.43 – Gespecialiseerde bouwwerkzaamheden
Balanstotaal (x €1.000) 150.067
Omzet Nederland (x €1.000) 354.301
Aantal collega's/FTE Nederland (31 december 2025) 1.717/1.603

Locaties die eigendom zijn, worden gehuurd of beheerd

De activiteiten van Breman vinden voornamelijk plaats in Nederland. Dit is ook de locatie waar de significante activa van de organisatie zich bevinden. De Duitse activiteiten zijn uitgesloten van dit verslag (zie ook ‘Inhoud en reikwijdte van het verslag’ in hoofdstuk 7.2.1 Inleiding VSME-bijlage). In onderstaande tabel zijn de belangrijkste Nederlandse locaties gespecificeerd die in eigendom zijn, worden gehuurd of worden beheerd door Breman en waar de primaire bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. De meeste locaties combineren kantoorfuncties met opslag en een werkplaatsfunctie. Ondernemersstraat 3 is een uitzondering. Daar worden prefab oplossingen geproduceerd en gerealiseerd.

Locatienaam Adres Postcode Plaats Coördinaten
Breman Fabriek Sasdijk 9 8281 BM Genemuiden 52.628140,6.045801
Breman Groepskantoor De Blokmat 17 8281 JH Genemuiden 52.6148092,6.0575829
Breman Harderwijk Celsiusstraat 43 3846 BK Harderwijk 52.361037,5.647869
Breman Hasselt Veerweg 5 8061 RA Hasselt 52.589998,6.0850804
Breman Installatiefabriek IJsselmuiden Ondernemersstraat 3 8271 RS IJsselmuiden 52.553595,5.936895
Breman Kampen Stoomstraat 9 8263 AT Kampen 52.561539,5.881873
Breman Maasland Ohmweg 9 6101 WZ Echt 51.117217,5.877974
Breman Techniek Schokkerweg 1 8042 PC Zwolle 52.516805,6.056698
Breman Techniek Verlengde Gildenweg 14 8304 BK Emmeloord 52.687501,5.747245
Breman Utiliteit Rotterdam Vareseweg 11 3047 AT Rotterdam 51.946937,4.411054
Breman Utiliteit Zwolle Pascalweg 2 8013 RC Zwolle 52.498884,6.133052
Breman Woningbeheer Midden Amersfoortseweg 24H 3951 LB Maarn 52.062115,5.357563
Breman Drachten; Breman Woningbeheer Noord De Hemmen 28 9206 AG Drachten 53.112677,6.075079
Breman Woningbeheer Oost; Breman Warmteadvies Karst de Langestraat 10 8281 JA Genemuiden 52.626191,6.049613
Breman Woningbeheer Oost Zuiveringweg 82 8243 PE Lelystad 52.502154,5.434727
Breman Woningbeheer Zuid Industriekade 45 6006 SJ Weert 51.247704,5.676943
Breman Woningbeheer Zuid-West Braillestraat 16-18 2652 XV Berkel en Rodenrijs 51.981590,4.453145
Breman Woningbeheer Zuid-West Diamantlaan 73 2132 WV Hoofddorp 52.2907138,4.6813798
Breman Woningrenovatie Zuid Marconilaan 2 5151 DR Drunen 51.696464,5.158790
Breman Zuid Marconilaan 4 5151 DR Drunen 51.696464,5.158790
Breinn; Breman Groepskantoor Ceintuurbaan 15 8022 AW Zwolle 52.5206167,6.1155991
Gedie Jutestraat 8 8281 JS Genemuiden 52.6229248,6.0595545
Gedie Schering 11 8281 JW Genemuiden 52.6228711,6.0529112
Installatiebedrijf T. Breman Sasdijk 9 8281 BM Genemuiden 52.628140,6.045801
Installatiebedrijf T. Breman Nijverheidstraat 35 8281 JD Genemuiden 52.6200757,6.0601005

Duurzaamheidsgerelateerde certificeringen

Binnen Breman werken de verschillende bedrijven en divisies volgens certificaten, keurmerken en normen die aansluiten bij hun specifieke werkzaamheden en bijbehorende risico’s. De toepasselijke certificeringen verschillen per bedrijf en zijn afgestemd op de aard van de activiteiten, zoals installatie‑, onderhouds‑ en beheerwerkzaamheden.
Binnen de organisatie wordt onder andere gewerkt met certificeringen op het gebied van veiligheid, kwaliteit en vakbekwaamheid. Voorbeelden hiervan zijn VCA‑certificering, de Safety Culture Ladder, BRL‑richtlijnen (zoals BRL 6000 en BRL 100) en kwaliteitsmanagementnormen zoals ISO 9001. Deze certificeringen worden afgegeven door erkende, onafhankelijke certificerende instellingen, zoals Kiwa en SGS.

Breman ziet er op toe dat alle relevante certificeringen en keurmerken periodiek worden herbeoordeeld en actueel worden gehouden. Op deze manier wordt geborgd dat werkzaamheden plaatsvinden volgens geldende normen en wet‑ en regelgeving, passend bij de schaal en complexiteit van de organisatie. Een volledig en gedetailleerd overzicht van certificaten en geldigheidsdata is intern beschikbaar en maakt onderdeel uit van het kwaliteits‑ en veiligheidsmanagementsysteem.

Overzicht van beleid en maatregelen voor de transitie naar een duurzamere economie (B2)

Breman heeft beleid en maatregelen vastgesteld met betrekking tot de transitie naar een duurzamere economie, gericht op de voor de organisatie relevante ESG-thema’s. Ons beleid, onze maatregelen en onze toekomstige initiatieven zijn erop gericht om negatieve effecten op mens en milieu te beperken en positieve impact structureel te versterken. Zo levert Breman een betekenisvolle bijdrage aan een duurzame samenleving. Onderstaand is weergegeven op welke thema’s beleid en maatregelen zijn getroffen en in hoeverre deze publiek beschikbaar zijn.

ESG-thema Beleid, maatregelen of toekomstige plannen? Openbaar beschikbaar? Doelen bij beleid?
Klimaatverandering Ja Nee Ja
Vervuiling van lucht, water en bodem* Nee Nee Nee
Water- en mariene hulpbronnen* Nee Nee Nee
Biodiversiteit en ecosystemen* Nee Nee Nee
Grondstoffengebruik, circulaire economie en afvalbeheer Ja Nee Ja
Eigen werknemers Ja Nee Ja
Werknemers in de waardeketen Ja Nee Nee
Getroffen gemeenschappen* Nee Nee Nee
Consumenten en eindgebruikers Ja Nee Ja
Zakelijk gedrag Ja Ja Nee

Inzicht in het bedrijfsmodel van Breman (C1)

Producten en diensten

Breman is een familiebedrijf en installatiegroep die werkt aan techniek voor vandaag én de generaties na ons. Met ruim 1.700 collega’s levert Breman duurzame en technische oplossingen voor woningen en gebouwen, met als doel bij te dragen aan een beter woon- en werkklimaat.

De activiteiten van Breman richten zich op de volledige levenscyclus van installaties: van advies en ontwerp tot installatie, beheer en onderhoud. Breman is onder meer actief op het gebied van installatietechniek, elektrotechniek, dak- en rookgasafvoertechniek, brandbeveiliging en service en onderhoud. Deze integrale aanpak stelt Breman in staat om zowel in nieuwbouw als in bestaande bouw toekomstbestendige oplossingen te realiseren.

Markten

Breman is hoofdzakelijk actief op de Nederlandse markt en bedient zowel zakelijke klanten als particulieren. De organisatie werkt onder andere voor woningcorporaties, vastgoedbeheerders, projectontwikkelaars, aannemers en particuliere klanten.

De activiteiten zijn gericht op zowel de woningmarkt als de utiliteitsmarkt en vinden plaats in uiteenlopende omgevingen, zoals woningen, zorg- en onderwijsgebouwen, kantoren en andere utiliteitsgebouwen en richt zich daarbij op nieuwbouw, renovatie en beheer- en onderhoudswerkzaamheden. 

Zakelijke relaties

Breman werkt samen met een breed netwerk van zakelijke relaties in de bouw en installatieketen. Tot de belangrijkste relaties behoren klanten, leveranciers, ketenpartners en samenwerkingspartners waarmee Breman gezamenlijk werkt aan het innoveren, realiseren, beheren en onderhouden van technische installaties in woningen en gebouwen.

Deze relaties spelen een belangrijke rol in het bedrijfsmodel van Breman en zijn van invloed op kwaliteit, continuïteit en de wijze waarop waarde wordt gecreëerd binnen de keten. De samenwerking met leveranciers en partners maakt het mogelijk om duurzame en toekomstbestendige oplossingen te ontwikkelen en toe te passen in verschillende fases van de levenscyclus van gebouwen.

In de duurzaamheidsstrategie heeft Breman de waardeketen en de belangrijkste stakeholdergroepen verder toegelicht. Hierin beschrijft Breman hoe zij samen met collega’s, klanten, leveranciers en andere partners verantwoordelijkheid neemt voor haar impact en werkt aan het vergroten van positieve impact voor mens, maatschappij en aarde.

Onze waardeketen zoals afgebeeld in onze duurzaamheidsstrategie.

Duurzaamheidsstrategie

Breman werkt vanuit een visie en strategie richting 2030 die richting geeft aan de langetermijnontwikkeling van de organisatie. Aanvullend daarop heeft Breman in 2025 een duurzaamheidsstrategie vastgesteld. In dit document is uitgewerkt hoe duurzaamheid, als vanzelfsprekend onderdeel van wie wij zijn, richting neemt vanuit ons DNA en wordt vertaald naar concrete keuzes en doelen voor de toekomst.

De duurzaamheidsstrategie beschrijft de voor Breman meest relevante ESG-thema’s en laat zien hoe Breman, samen met collega’s, klanten en ketenpartners, werkt aan waardecreatie in alle fasen van de waardeketen. Daarbij staat het hogere doel centraal: samen zorgen voor een beter woon en werkklimaat, voor onszelf en voor volgende generaties. Waar de visie en strategie richting 2030 de koers en concrete, meetbare doelen voor de organisatie als geheel beschrijven, vormt de duurzaamheidsstrategie een nadere concretisering voor de ESG-thema’s. De daarin opgenomen ambities en doelen zijn richtinggevend voor de activiteiten en keuzes van Breman en komen in dit duurzaamheidsverslag verder terug in de toelichting op prestaties en ontwikkelingen.

Beschrijving van praktijken, beleid en toekomstige activiteiten in de transitie naar een duurzame economie (C2)

In dit onderdeel wordt ingegaan op de belangrijkste ESG-thema’s voor Breman, zoals deze zijn vastgesteld op basis van de uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse en toegelicht aan het begin van deze VSME-bijlage. Voor deze thema’s heeft Breman specifieke praktijken, beleidsmaatregelen en/of initiatieven ingericht die bijdragen aan de transitie naar een duurzamere economie.

Per relevant thema wordt beschreven welke doelen zijn vastgesteld, welk beleid van toepassing is, welke maatregelen reeds zijn genomen en welke ontwikkelingen Breman voor de komende jaren voorziet. Daarmee geeft Breman per thema invulling aan VSME-datapunt C2, in samenhang met de informatie die hierover is opgenomen bij VSME-datapunt B2 van de basismodule.

De toelichting per thema volgt een vaste opbouw en sluit inhoudelijk aan op de structuur van het commerciële jaarverslag. Waar nadere duiding, context of uitgebreide toelichting beschikbaar is, wordt verwezen naar het betreffende hoofdstuk in het commerciële jaarverslag. Deze VSME-bijlage richt zich daarmee op de gestructureerde en systematische weergave van beleid, maatregelen en initiatieven, terwijl het commerciële jaarverslag het bredere verhaal en de context biedt.

Voor ESG thema’s die bij VSME-datapunt B2 met ‘nee’ zijn beantwoord, zijn geen nadere toelichtingen opgenomen, omdat deze thema’s niet materieel zijn en er daarom geen specifiek beleid of maatregelen zijn vastgesteld.

Klimaatverandering

Minder uitstoot, meer impact

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 Minder uitstoot, meer impact van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Breman heeft concrete reductiedoelen vastgesteld voor haar totale broeikasgasemissies (scope 1, 2 en 3 gezamenlijk), met 2019 als basisjaar. Deze doelen zijn gericht op een gefaseerde vermindering van de CO₂-uitstoot en vormen de basis voor de maatregelen en initiatieven die binnen dit thema worden genomen.

De vastgestelde reductiedoelen zijn als volgt:

  • 20% reductie van de totale CO₂-uitstoot in 2026 ten opzichte van het basisjaar 2019;
  • 35% reductie van de totale CO₂-uitstoot in 2028 ten opzichte van het basisjaar 2019;
  • 50% reductie van de totale CO₂-uitstoot in 2030 ten opzichte van het basisjaar 2019.

Daarnaast hanteert Breman de langetermijnambitie om in 2050 klimaatneutraal te opereren. De reductiedoelen hebben betrekking op de totale CO₂-voetafdruk van de organisatie en zijn op dit moment nog niet uitgesplitst per scope.

Beleid

Het beleid van Breman op het gebied van klimaatverandering is gericht op het structureel verminderen van de CO₂-uitstoot binnen de eigen bedrijfsvoering en, waar mogelijk, in de waardeketen. Dit beleid wordt ingevuld via meerdere samenhangende beleidsdocumenten die sturen op keuzes in mobiliteit, inkoop en toegepaste installaties.

Het wagenparkbeleid heeft als doel de CO₂-uitstoot uit mobiliteit te beperken door sturing op het type voertuigen, het bevorderen van elektrificatie en het terugdringen van fossiele brandstoffen binnen het wagenpark.

Het voorkeursleveranciersbeleid en het merkenbeleid zijn gericht op het maken van bewuste keuzes in ingekochte producten en installaties. Door te sturen op leveranciers en merken met energiezuinige, toekomstbestendige oplossingen draagt dit beleid bij aan het beperken van indirecte CO₂-emissies die samenhangen met materialen en installaties.

Daarnaast werkt Breman aan de verdere uitwerking van een klimaattransitieplan, waarin wordt uitgewerkt hoe de vastgestelde reductiedoelen richting 2030 en 2050 gerealiseerd kunnen worden. In dit plan wordt per relevante emissiecategorie bezien welke aanvullende maatregelen en beleidskaders nodig zijn. Op basis van deze uitwerking kan blijken dat aanvullend of verdiepend beleid wenselijk is, bijvoorbeeld op het gebied van circulair werken.

Bestaande maatregelen

Breman heeft in de afgelopen jaren verschillende concrete maatregelen en praktijken geïmplementeerd om de CO₂-uitstoot inzichtelijk te maken en structureel te verminderen. Daarbij is eerst ingezet op het op orde brengen van data, methodiek en sturing, als basis voor gerichte reductiemaatregelen. In 2025 zijn dit de bestaande en nieuwe maatregelen:

  • het structureel in kaart brengen en berekenen van de CO₂-voetafdruk (scope 1, 2 en relevante scope 3-categorieën), inclusief het vastleggen van uitgangspunten, aannames en rekenmethodieken;
  • het beleggen van verantwoordelijkheden voor CO₂-data en rapportage binnen de organisatie, zodat monitoring en bijsturing beter zijn geborgd;
  • de verdere verduurzaming en elektrificatie van het wagenpark, in lijn met het vastgestelde wagenparkbeleid;
  • het toepassen van het voorkeursleveranciers en merkenbeleid bij inkoop en projectuitvoering, gericht op energiezuinige en toekomstbestendige installaties;
  • het vergroten van bewustwording binnen de organisatie over CO₂-reductie en de rol van dagelijkse keuzes daarin.
Vooruitblik

Breman werkt de komende jaren verder aan de uitwerking van het klimaattransitieplan, waarin wordt bepaald welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de vastgestelde CO₂-reductiedoelen richting 2030 en 2050 te realiseren.

Onderdeel hiervan is het opstellen van een CO₂-routekaart voor de eigen panden, waarmee inzicht wordt verkregen in mogelijke verduurzamingsmaatregelen en de bijbehorende reductiepotentie. Op basis van de uitkomsten van het klimaattransitieplan kan blijken dat aanvullend of verdiepend beleid nodig is, bijvoorbeeld op het gebied van circulair werken of materiaalgebruik. 


De kracht van vroegtijdig advies

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 5.2 De kracht van vroegtijdig advies van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van Breman is dat klanten ons ervaren als dé klantgerichte kennispartner die hen vroegtijdig ondersteunt bij het maken van duurzame, doordachte en toekomstbestendige keuzes. Door al in een vroeg stadium mee te denken, helpt Breman klanten om technische oplossingen te kiezen die niet alleen bijdragen aan CO₂-reductie, maar ook haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn in de praktijk. Deze manier van werken sluit aan bij de duurzaamheidsstrategie van Breman en draagt bij aan het realiseren van klimaatdoelen, zowel bij klanten als in de bredere keten.

Bestaande maatregelen

In 2025 heeft Breman haar rol als kennispartner verder versterkt via het Kenniscentrum. Hierin zijn adviseurs samengebracht die kennis, praktijkervaring en verschillende perspectieven verbinden. Met het Kenniscentrum ondersteunt Breman klanten bij complexe vraagstukken rondom verduurzaming, netcongestie en betaalbaarheid. 

Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de CO₂-routekaart, waarmee klanten gefaseerd kunnen verduurzamen. Deze routekaart helpt om varianten door te rekenen, keuzes te onderbouwen en realistische stappen te zetten met maximale impact. In 2025 is deze aanpak breed toegepast in gesprekken met woningcorporaties, bedrijven in vastgoedonderhoud en beheer (VGO-bedrijven) en gemeenten. 

Daarnaast is Breman in 2025 actief in dialoog gegaan met partijen die beleid en randvoorwaarden bepalen. Zo bracht Breman praktijkervaring in bij onder meer Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), nam deel aan brancheoverleggen en werkte samen met TNO, het Nederlands onderzoeksinstituut voor toegepast wetenschappelijk onderzoek, aan studies over installatietechniek en subsidieregelingen. Hiermee draagt Breman eraan bij dat beleid en regelgeving beter aansluiten op de uitvoeringspraktijk. 

Ook intern is het Kenniscentrum in 2025 vaker betrokken bij productkeuzes, variantenstudies, tenderondersteuning en interne trainingen. Dit helpt collega’s om klanten beter te begeleiden bij het maken van weloverwogen, toekomstbestendige keuzes.

Vooruitblik

De vraag naar betrouwbaar en vroegtijdig advies blijft toenemen, terwijl de technische en maatschappelijke context verder complexer wordt. Breman wil daarom nog vaker in een vroeg stadium betrokken zijn bij plannen en projecten van klanten. Door eerder aan tafel te zitten, kan Breman klanten blijven ondersteunen bij het toetsen van haalbaarheid, het doorrekenen van varianten en het maken van keuzes die op de lange termijn bijdragen aan CO₂-reductie en toekomstbestendige oplossingen. Zo vergroot Breman stap voor stap haar impact op het klimaatvraagstuk, samen met klanten en ketenpartners.


Grondstoffengebruik, circulaire economie en afvalbeheer

De grondstoffen van de toekomst

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 4.2 De grondstoffen van de toekomst van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Breman heeft doelen vastgesteld om afvalstromen te verminderen en het aandeel recycling en hergebruik te vergroten. Deze doelen zijn gericht op zowel projecten als kantoor  en bedrijfslocaties en vormen een belangrijke stap richting efficiënter gebruik van materialen. De doelen richting 2030 zijn:

  • het beperken van de hoeveelheid afval op projecten en kantoren (restafval < 5%);
  • het verhogen van het recyclepercentage door betere afvalscheiding;
  • het toepassen van meer prefab oplossingen om afval te voorkomen;
  • het vergroten van bewustwording onder collega’s over afval en materiaalgebruik.

De voortgang op de gestelde doelen wordt gemonitord op basis van de rapportages van de afvalinzamelaars, die inzicht geven in afvalstromen, volumes en verwerkingsmethoden. De verkregen inzichten vormen de basis voor verdere sturing en verbetering.

Beleid

Breman beschikt nog niet over een afzonderlijk afval-  of circulariteitsbeleid. Wel is gekozen voor een beleidsmatige sturing door het beperken van het aantal afvalinzamelaars. Vestigingen zijn verplicht om te werken met één van de twee geselecteerde afvalpartners. Deze keuze is gemaakt om uniformiteit, inzicht en vergelijkbaarheid van afvaldata te bevorderen.

Bestaande maatregelen

In 2025 heeft Breman de eerste concrete stappen gezet om afvalstromen beter in beeld te brengen en te verbeteren. Belangrijke maatregelen zijn:

  • het terugbrengen van het aantal afvalinzamelaars van 37 naar twee vaste partners, waardoor voor het eerst een vrijwel volledig beeld van de eigen afvalstromen is ontstaan;
  • het uitvoeren van afvalscans op meerdere vestigingen en het opnieuw inrichten van milieustraten om afval beter te scheiden;
  • het verbeteren van registratie en classificatie van afvalstromen, met aandacht voor consistentie en volledigheid;
  • het stimuleren van praktische verbeteringen op locaties, zoals een duidelijke inrichting van containerparken en gerichte ondersteuning door KAM-coördinatoren. 

Deze maatregelen hebben in 2025 vooral geleid tot meer inzicht en bewustwording en vormen de basis voor verdere verbetering.

Vooruitblik 

De komende jaren richt Breman zich op het verder terugdringen van afval, het verbeteren van afvalscheiding en het vergroten van hergebruik en recycling. Daarbij wordt voortgebouwd op de inzichten uit 2025 en de samenwerking met de vaste afvalpartners. Op basis van de verdere ontwikkeling van afvaldata en ervaringen in de praktijk wordt bezien of en wanneer aanvullend of verdiepend beleid nodig is, bijvoorbeeld op het gebied van circulair werken en materiaalkeuzes. 


De cirkel rond: circulair werken

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 4.3 De cirkel rond: circulair werken van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van Breman op het gebied van circulair werken is het structureel vergroten van het aandeel circulaire producten, oplossingen en projecten. Dit wordt gerealiseerd door meer hergebruik en revisie, het toepassen van meer prefab oplossingen en een verdere reductie van materiaalgebruik.

Deze doelstelling is vastgelegd in de duurzaamheidsstrategie en vormt het inhoudelijke vertrekpunt voor circulair werken binnen Breman. Op dit moment zijn aan deze ambitie nog geen concrete streefcijfers gekoppeld. In de komende jaren wordt deze doelstelling verder uitgewerkt naar concrete en meetbare doelen, op basis van voortschrijdend inzicht, beschikbare data en praktijkervaring.

Beleid

Breman beschikt momenteel niet over een afzonderlijk, formeel circulaire-economiebeleid. Circulair werken is wel verankerd in bestaande beleidskaders en keuzes, onder meer via het merkenbeleid en het voorkeursleveranciersbeleid, waarin wordt gestuurd op toekomstbestendige, energie-efficiënte en herbruikbare oplossingen. Daarnaast wordt circulair werken meegenomen in strategische afwegingen bij ontwerp, inkoop en uitvoering van projecten, waarbij wordt gekeken naar levensduur, onderhoud en mogelijkheden voor hergebruik.

Bestaande maatregelen

In 2025 heeft Breman circulair werken verder vertaald naar de praktijk, met de nadruk op het verlengen van de levensduur van materialen en installaties en het voorkomen van onnodig materiaalgebruik. Daarbij is gewerkt volgens het principe repareren waar het kan en vervangen waar het moet, in lijn met de R-ladder. Revisie is binnen het bestelproces de eerste keuze, tenzij dit niet beschikbaar is. Samen met de vaste revisiepartner is het assortiment revisieproducten aangescherpt en is kennisdeling versterkt, onder andere via werkbezoeken van monteurs.

Daarnaast is in 2025 ingezet op ketensamenwerking, onder meer via regionale samenwerkingen met woningcorporaties en andere installateurs, waarin pilots en takebackprogramma’s zijn gestart. Ook buiten projecten zijn circulaire stappen gezet, zoals het hergebruik van gereedschap dat binnen Breman niet meer inzetbaar is. De ervaringen uit 2025 laten zien dat circulair werken al op meerdere plekken wordt toegepast, maar nog niet overal in dezelfde mate. Dit vormt een belangrijke basis en leerervaring voor verdere uniformering in de komende jaren.

Vooruitblik

We werken toe naar een meer uniforme en structurele aanpak van circulair werken binnen de organisatie. Daarbij wordt ingezet op het verder verankeren van circulaire principes in werkwijzen en projectuitvoering, het verbeteren van inzicht in materiaalstromen en het intensiveren van samenwerking met ketenpartners en fabrikanten. Op basis van deze ontwikkeling worden de circulaire ambities in de komende jaren vertaald naar concrete en meetbare doelen, die in toekomstige verslagjaren worden gemonitord en toegelicht.

Eigen werknemers

Zo bouwen we elke dag aan veiligheid

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 2.1.1 Zo bouwen we elke dag aan veiligheid van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

De doelen van Breman op het gebied van veiligheid zijn gericht op het verder verlagen van het aantal onveilige situaties en incidenten en het samen werken aan een proactieve veiligheidscultuur, gebaseerd op vertrouwen. Daarnaast wil Breman dat eindgebruikers onze installaties zorgeloos en veilig kunnen gebruiken, terwijl wij blijvend voldoen aan de veiligheidseisen van opdrachtgevers. Veiligheid richt zich daarmee niet alleen op de eigen werkomgeving, maar ook op de kwaliteit en veiligheid van installaties gedurende de hele levenscyclus.

Deze doelstelling vormt de basis voor het veiligheidsbeleid en de maatregelen binnen de organisatie en geldt voor collega’s, ingeleende krachten en onderaannemers, en voor het realiseren en onderhouden van veilige installaties.

Beleid

Het veiligheidsbeleid van Breman is vastgelegd in de Breman Veiligheidsrichtlijn en geldt voor alle vestigingen en werkzaamheden. De richtlijn vormt het kader voor sociale veiligheid, een veilige werkomgeving en veiligheid voor klanten en eindgebruikers. Een belangrijk uitgangspunt is het werken volgens de Safety Culture Ladder (SCL). Breman heeft vastgesteld dat iedere vestiging minimaal trede 3 (berekenend) moet behalen en behouden. Hiermee zijn verantwoordelijkheden belegd, afspraken vastgelegd en wordt veiligheid structureel meegenomen in het dagelijks werk. 

Het beleid geldt niet alleen voor collega’s, maar ook voor onderaannemers, inleenkrachten en leveranciers. Van deze partijen wordt verwacht dat zij volgens dezelfde veiligheidsprincipes werken. Dit is onderdeel van selectiecriteria, contractafspraken en projectvoorbereiding. Daarnaast omvat het beleid specifieke aandacht voor veilig werken met installaties en koudemiddelen. Medewerkers die werken met koudemiddelen zijn hiervoor opgeleid en, waar van toepassing, gecertificeerd. Daarmee draagt het veiligheidsbeleid ook bij aan het voorkomen van risico’s voor mens en milieu binnen de sector. 

Bestaande maatregelen

In 2025 is het veiligheidsbeleid van Breman verder versterkt en organisatiebreed toegepast. De focus lag op het versterken van de veiligheidscultuur, waarbij niet alleen afspraken en procedures centraal stonden, maar vooral veilig gedrag in de dagelijkse praktijk. Belangrijke maatregelen en resultaten in 2025 waren:

  • de verdere toepassing van de Breman Veiligheidsrichtlijn als uniform kader voor alle vestigingen;
  • actieve sturing op de Safety Culture Ladder, waarbij vestigingen stappen hebben gezet richting of binnen trede 3 (berekenend);
  • het structureel inzetten van toolboxen, werkplekinspecties en gesprekstools om veiligheid bespreekbaar te maken;
  • het gebruik van een centraal systeem voor het melden en opvolgen van onveilige situaties en incidenten, waarmee leren en preventie zijn versterkt;
  • extra aandacht voor specifieke veiligheidsrisico’s, zoals werken op hoogte en veilig werken aan installaties.

Deze inzet heeft geleid tot meer inzicht in risico’s en veiligheidsgedrag en tot een hogere meldingsbereidheid. Tegelijkertijd laten incidenten zien dat alertheid en voorbereiding blijvend aandacht vragen.

Vooruitblik

In de komende jaren ligt de focus op het vasthouden en verder verdiepen van de veiligheidscultuur. Breman richt zich op het structureel borgen van SCL-trede 3 binnen alle vestigingen en op het blijvend stimuleren van veilig gedrag in het dagelijks werk. Daarnaast blijft aandacht bestaan voor veilig werken aan installaties, waaronder het zorgvuldig omgaan met koudemiddelen, en voor het toepassen van veiligheidsprincipes bij eigen medewerkers én samenwerkingspartners. Door het blijven benutten van meldingen, audits en veiligheidsindicatoren werkt Breman stap voor stap toe naar verdere vermindering van incidenten en een steeds proactievere veiligheidscultuur.


Een werkplek voor iedereen

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 2.2.1 Een werkplek voor iedereen van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van Breman is een werkomgeving waarin iedereen zich welkom, gewaardeerd en gerespecteerd voelt en duurzaam inzetbaar is. Deze doelstelling vormt de basis voor hoe we samenwerken en omgaan met verschillen binnen onze organisatie. Om deze ambitie te ondersteunen, heeft Breman richtinggevende ambities benoemd, onder andere op het gebied van gelijke kansen, diversiteit in instroom en doorstroom en een evenwichtige vertegenwoordiging in leidinggevende posities. Zo willen we de evenwichtige verhouding in de Raad van Commissarissen behouden, werken we toe naar meer balans in de managementlaag en zetten we in op het vergroten van instroom en behoud van vrouwen in de techniek.

De komende jaren worden deze ambities vertaald naar concrete streefcijfers, meetbare doelen en KPI’s. In 2026 worden hiervoor de benodigde definities, dataprocessen en meetmethoden verder uitgewerkt, zodat voortgang structureel en zorgvuldig kan worden gemonitord.

Beleid

Breman beschikt momenteel niet over een afzonderlijk, vastgelegd beleid voor diversiteit en inclusie. Inclusie en gelijkwaardigheid maken al generaties lang onderdeel uit van het Breman DNA en zijn diep verankerd in onze kernwaarden 'zorgen voor elkaar' en 'gelijkwaardigheid'. Onze dochteronderneming Gedie is daar ook een belangrijk voorbeeld van. Deze waarden worden toegelicht in hoofdstuk 1.5 Wat ons drijft van het commerciële jaarverslag en vormen het uitgangspunt voor ons dagelijks handelen.

De 'zachte' kant van dit thema is daarmee stevig ingericht: diversiteit en inclusie leven in hoe collega’s samenwerken, hoe leidinggevenden handelen en hoe ruimte wordt geboden aan verschillen. De 'harde' kant — zoals formeel beleid, eenduidige processen, data en KPI’s — is nog in ontwikkeling. De komende jaren wordt gewerkt aan het verder formaliseren en borgen hiervan binnen HR-processen, zonder het mensgerichte karakter van de organisatie te verliezen.

Bestaande maatregelen

In 2025 zijn diverse praktische stappen gezet om ervoor te zorgen dat iedereen volwaardig kan meedoen. Zo is ingezet op het wegnemen van barrières, onder andere door het testen van hulpmiddelen die taal geen belemmering laten zijn voor deelname aan bijeenkomsten.

Daarnaast is gewerkt aan instroom en begeleiding van statushouders, onder meer via werkervaringsplekken en samenwerkingen zoals het Werkgeverscollectief Statushouders. Ook nam Breman deel aan het Europees gesubsidieerde programma Technisch Gezien, gericht op het verbeteren van instroom en behoud van vrouwen in de techniek. Hiervoor zijn interviews en observaties uitgevoerd op verschillende vestigingen om beter te begrijpen wat collega’s ondersteunt of belemmert in hun werk en loopbaan.

Het netwerk Breman voor Iedereen groeide verder en bracht collega’s bij elkaar via themabijeenkomsten, bijvoorbeeld over generatieverschillen. Daarnaast bleef Gedie in 2025 een zichtbaar en betekenisvol praktijkvoorbeeld van inclusie en gelijkwaardigheid binnen Breman, met stabiele werkplekken en langdurige dienstverbanden.

Vooruitblik

De komende jaren bouwt Breman verder aan een werkplek waar iedereen zich welkom voelt en gelijke kansen krijgt. In 2026 worden de ingezette onderzoeken en samenwerkingen vertaald naar concrete interventies die passen bij de praktijk van onze organisatie. Daarnaast wordt gewerkt aan het verbeteren van data, streefcijfers en KPI’s en het steviger verankeren van diversiteit en inclusie in HR-processen, zoals werving en selectie en loopbaanontwikkeling. Zo groeit Breman stap voor stap toe naar meer gerichte sturing, terwijl inclusie een levend en herkenbaar onderdeel blijft van hoe we samenwerken.


We zetten ontwikkeling centraal

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 2.2.3 We zetten ontwikkeling centraal van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van Breman is dat alle collega’s zich blijvend kunnen ontwikkelen, vakinhoudelijk én persoonlijk, zodat zij duurzaam inzetbaar zijn in een sector die continu verandert. Ontwikkeling is daarmee geen eenmalige stap, maar een doorlopend proces van leren, reflecteren en groeien.

Deze ambitie is verankerd in het principe van Een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en vormt de basis voor hoe Breman kijkt naar loopbanen, leiderschap en vakmanschap. In de komende jaren wordt deze ambitie verder vertaald naar concrete en meetbare doelen en KPI’s, zodat ontwikkeling gerichter gevolgd en ondersteund kan worden.

Beleid

Breman hanteert Een Leven Lang Ontwikkelen niet als een afzonderlijk beleidsdocument, maar als een richtinggevend uitgangspunt dat is ingebed in het Breman DNA en de manier waarop we werken. Ontwikkeling is onderdeel van onze visie op goed werkgeverschap en vakmanschap en krijgt vorm via bestaande structuren en processen.

Een belangrijk kader hiervoor is de HR-jaarcyclus, waarin ontwikkeling structureel wordt besproken via gesprekken over functioneren, ontwikkeling en loopbaan. Deze cyclus wordt ondersteund door de Breman Academy, competentiekaders en digitale systemen die collega’s en leidinggevenden helpen om ontwikkeling concreet te maken.

Daarnaast speelt leiderschap een sleutelrol. Via het leiderschapsprogramma Energiepositief Leiderschap wordt gewerkt aan leiderschap dat ontwikkeling stimuleert, ruimte geeft voor leren en collega’s ondersteunt in hun groei.

Bestaande maatregelen

In 2025 heeft Breman ontwikkeling verder verankerd in de dagelijkse praktijk. Een belangrijke stap was de start van het leiderschapsprogramma Energiepositief Leiderschap, waarin leidinggevenden werken aan coachend leiderschap, samenwerken, feedbackcultuur en het stimuleren van vakmanschap binnen teams. Hiermee is leiderschap expliciet verbonden aan leren en duurzame inzetbaarheid.

Daarnaast is de HR-jaarcyclus verder geprofessionaliseerd, met een vaste structuur voor resultaat- en ontwikkelgesprekken, talentreviews en loopbaanpaden. Dit zorgt voor meer samenhang en eenduidigheid in hoe ontwikkeling wordt besproken en gevolgd binnen de hele groep.

Ook zijn in 2025 concrete keuzes gemaakt om leren beter te ondersteunen, waaronder de selectie van een nieuw leermanagementsysteem (LMS). Dit systeem vormt de basis om ontwikkeling structureler vast te leggen en beter inzicht te krijgen in zowel interne als externe opleidingsactiviteiten.

Vooruitblik 

In 2026 zet Breman vervolgstappen in het verder professionaliseren en verbinden van ontwikkeling. Het nieuwe leermanagementsysteem (LMS) wordt geïmplementeerd, waardoor zowel interne als externe opleidingsuren beter kunnen worden geregistreerd en gevolgd. Dit ondersteunt gerichtere ontwikkelkeuzes en betere sturing op duurzame inzetbaarheid.

Daarnaast krijgt het leiderschapsprogramma Energiepositief Leiderschap een vervolg met nieuwe groepen en wordt het opleidingsaanbod herijkt, met meer focus op teamontwikkeling, leiderschap en toekomstgerichte vaardigheden. Met de verdere borging van de HR-jaarcyclus worden ontwikkelgesprekken, talentreviews en loopbaanpaden organisatiebreed verankerd.


Onze arbeidsvoorwaarden: van vitaliteit tot verduurzaming

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 2.2.4 Onze arbeidsvoorwaarden: van vitaliteit tot verduurzaming van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van Breman is om onderscheidende en eerlijke arbeidsvoorwaarden te bieden die zekerheid geven en laten zien dat we écht voor elkaar zorgen. Arbeidsvoorwaarden dragen bij aan duurzame inzetbaarheid, werkplezier en het gevoel van gelijkwaardigheid binnen de organisatie. Daarbij wil Breman collega’s eerlijk belonen, ondersteunen in hun vitaliteit en hen stimuleren om ook in hun dagelijks leven duurzamere keuzes te maken.

Beleid

Het beleid rondom arbeidsvoorwaarden is bij Breman gebaseerd op het principe van eerlijk delen en samen groeien, dat al decennialang onderdeel is van het Breman DNA. Alle collega’s vallen onder een CAO, ontvangen minimaal het minimumloon en hebben recht op gelijke arbeidsvoorwaarden binnen de geldende kaders. Daarnaast kent Breman een winstdelingsregeling, waarbij al sinds 1972 een deel van de winst wordt gedeeld met alle collega’s. 

Bestaande maatregelen

In 2025 zijn verschillende arbeidsvoorwaarden verder geïmplementeerd en versterkt. Het functiehuis is succesvol ingevoerd, waardoor functies duidelijker zijn beschreven en beter vergelijkbaar zijn. De vitaliteitsregeling Energiepositief Leven kreeg in 2025 een vaste plek binnen alle vestigingen. Collega’s ontvingen automatisch een persoonlijk budget en maakten hier actief gebruik van voor sport, gezondheid en ontspanning. Daarnaast is gestart met Energiepositief Wonen, waarbij collega’s vanaf 2025 jaarlijks een budget ontvangen om hun woning te verduurzamen. In 2025 lag de focus op het toegankelijk maken en goed opzetten van deze regeling.

Vooruitblik

We werken verder aan begrijpelijke, eerlijke en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden voor alle collega’s. Het functiehuis wordt verder gekoppeld aan ontwikkeling en beloning, zodat verschillen tussen vestigingen beter uitlegbaar en stap voor stap kleiner worden. Daarnaast worden de regelingen Energiepositief Leven en Energiepositief Wonen doorontwikkeld en geëvalueerd, zodat zij blijven aansluiten bij de behoeften van collega’s.


Iedere stem telt

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 2.2.5 Iedere stem telt van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van medezeggenschap bij Breman is het versterken van gedeelde verantwoordelijkheid voor de koers en impact van het familiebedrijf, met oog voor continuïteit en de belangen van huidige én volgende generaties.

Beleid

Het beleid voor medezeggenschap is vastgelegd in de medezeggenschapsregeling van Breman en sluit aan bij de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Breman gaat hierin bewust verder dan de wettelijke vereisten. Kenmerkend voor de Breman aanpak is dat collega’s vroegtijdig worden betrokken bij besluitvorming, niet pas wanneer keuzes al grotendeels zijn gemaakt. Via de Vereniging Werknemersbelangen heeft Breman een unieke stemstructuur ingericht waarin vestigingen en collega’s even zwaar meewegen. Daarnaast hebben collega’s inspraak op meer onderwerpen dan wettelijk verplicht, omdat Breman gelooft dat besluiten beter worden wanneer de mensen die het werk doen ook daadwerkelijk meepraten en meebeslissen.

Bestaande maatregelen

In 2025 is de bestaande medezeggenschapsstructuur verder versterkt en actief benut. We hebben geïnvesteerd in de kwaliteit van het overleg. Alle ondernemingsraadsleden namen deel aan een landelijke workshopdag en volgden trainingen, onder andere op het gebied van gespreksvaardigheden en het Breman Systeem. Hierdoor ontstond een gedeelde taal en meer vertrouwen om complexe onderwerpen samen te bespreken. Parallel hieraan werkte de kerngroep Medezeggenschap 2.0 aan een herijking van de structuur, passend bij onze organisatie. De ervaringen uit 2025 laten zien dat het fundament stevig is, maar dat verdere vereenvoudiging en verduidelijking gewenst zijn.

Vooruitblik

In 2026 werkt Breman verder aan Medezeggenschap 2.0. De focus ligt op een structuur die duidelijker, eenvoudiger en toegankelijker is voor iedere collega, terwijl de kern behouden blijft: samen verantwoordelijkheid dragen voor goede besluiten. Daarbij wordt ingezet op het verder opleiden en ondersteunen van OR-leden en op het creëren van voldoende tijd en ruimte om medezeggenschap goed in te vullen. Zo groeit gedeelde verantwoordelijkheid mee met de ontwikkeling van de organisatie en blijft medezeggenschap een levend onderdeel van hoe Breman samenwerkt.


Werknemers in de waardeketen

Voor werknemers in de waardeketen hanteert Breman dezelfde uitgangspunten als voor eigen collega’s, waar het gaat om veiligheid, gedrag, integriteit en verantwoord samenwerken. In dit verslag wordt per relevant thema expliciet benoemd wanneer beleid, praktijken en initiatieven ook van toepassing zijn op werknemers in de waardeketen, zoals bijvoorbeeld de Bedrijfscode en de Veiligheidsrichtlijn. Daarom hier geen aparte toelichting en herhaling.

In de praktijk worden deze uitgangspunten geborgd via het inkoop- en leveranciersproces, waarbij inkoop met onderaannemers en leveranciers de duurzaamheidsverklaring bespreekt. Hierin komen relevante ESG-thema’s aan bod en wordt verwacht dat onderaannemers handelen in lijn met geldende wet- en regelgeving en de uitgangspunten van Breman. Breman constateert dat het zicht op duurzaamheidsthema’s bij leveranciers verderop in de keten nog beperkt is. Door het aanscherpen van de duurzaamheidsverklaring binnen het inkoopproces verwacht Breman dit inzicht de komende jaren te verbeteren. Daarnaast wordt gewerkt aan het verder verduidelijken en aanscherpen van afspraken met onderaannemers, onder andere door het opnemen van aanvullende duurzaamheidsafspraken in overeenkomsten. Hiermee zet Breman een volgende stap naar meer transparantie en een verdere verankering van ESG‑uitgangspunten in de gehele waardeketen.


Consumenten en eindgebruikers

Beschermd in een digitale wereld

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 2.1.2 Beschermd in een digitale wereld van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van Breman is een hoog digitaal veiligheidsbewustzijn onder alle collega’s en het structureel voorkomen van datalekken en verstoringen van de dienstverlening. Zo kunnen collega’s, klanten en partners erop vertrouwen dat zorgvuldig wordt omgegaan met informatie en digitale systemen. Breman heeft hiervoor concrete en meetbare doelen vastgesteld. Vanwege de gevoelige aard van digitale veiligheid worden deze doelstellingen en bijbehorende resultaten niet openbaar gedeeld. Intern worden de doelen actief gemonitord en waar nodig bijgestuurd.

Beleid

Het beleid voor digitale veiligheid is vastgelegd in het Informatiebeveiligingsbeleid. Dit beleid vormt de basis voor alles wat Breman doet op het gebied van informatie-  en IT-beveiliging en geldt voor alle collega’s. In het Informatiebeveiligingsbeleid is vastgelegd hoe Breman omgaat met informatie, systemen en toegang tot data. Tweestapsverificatie is de norm, verantwoordelijkheden zijn duidelijk belegd en toegang tot informatie is alleen mogelijk wanneer dit nodig is voor de functie. Informatiebeveiliging is daarmee geen los ICT onderwerp, maar een integraal onderdeel van het dagelijkse werk van iedere collega. Het beleid stuurt expliciet op zorgvuldig digitaal gedrag en het voorkomen van risico’s voor collega’s, klanten en partners.

Bestaande maatregelen

In 2025 is de digitale veiligheid verder versterkt. Na een incident in een eerder jaar zijn aanvullende technische maatregelen genomen en worden systemen inmiddels 24 uur per dag gemonitord in samenwerking met externe partners, zodat verdachte signalen snel worden gesignaleerd en opgevolgd. Daarnaast is het vernieuwde Informatiebeveiligingsbeleid ingevoerd en is gestart met een bewustwordingsprogramma digitale veiligheid. Dit programma bestaat onder andere uit realistische phishingtests, laagdrempelige meldmogelijkheden en digitale toolboxsessies voor verschillende functies. Hiermee wordt digitaal veilig gedrag in de dagelijkse praktijk actief ondersteund.

Vooruitblik

In 2026 en de jaren daarna verschuift de focus verder van het op orde brengen van de technische basis naar het versterken van veilig digitaal gedrag. Het bewustwordingsprogramma wordt doorgezet en verder uitgebouwd, en de naleving van het Informatiebeveiligingsbeleid blijft periodiek worden gemonitord. Op basis van interne meetpunten en evaluaties blijft Breman haar aanpak verbeteren en waar nodig bijsturen.


Zakelijk gedrag

Cultuur die je elke dag beleeft

Voor een uitgebreide toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 2.2.2 Cultuur die je elke dag beleeft van het commerciële jaarverslag. 

Doelen

Het doel van Breman is dat bedrijfscultuur niet alleen op papier bestaat, maar door alle collega’s dagelijks wordt beleefd. Daarbij staat centraal dat collega’s zich veilig voelen om zich uit te spreken, elkaar aan te spreken en samen verantwoordelijkheid te nemen voor gedrag dat past bij de kernwaarden van Breman. Deze ambitie sluit aan bij het Breman Systeem, waarin vertrouwen, gelijkwaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid al sinds de oprichting richting geven aan hoe we samenwerken. 

Beleid

Het beleid voor een gezonde bedrijfscultuur is vastgelegd in de Breman Bedrijfscode. Deze code is een concrete uitwerking van de kernwaarden die zijn beschreven in hoofdstuk 1.5 Wat ons drijft en vormt samen met het Breman Systeem het fundament onder ons dagelijks handelen. 

In de Bedrijfscode zijn de kernwaarden — dienend leiderschap, rentmeesterschap, gedeelde verantwoordelijkheid en loyaal ondernemerschap — vertaald naar duidelijke gedragsprincipes. De code geldt voor alle collega’s binnen Breman en maakt expliciet wat we verstaan onder integer, veilig en respectvol werken. Daarnaast is er een Regeling tegengaan ongewenst gedrag, waarin is vastgelegd hoe meldingen worden gedaan en opgevolgd en hoe collega’s worden ondersteund door onder andere leidinggevenden en vertrouwenspersonen. Hiermee borgt Breman dat ongewenst gedrag bespreekbaar is en zorgvuldig wordt behandeld, in lijn met de waarden van het Breman Systeem.

Bestaande maatregelen

In 2025 is actief gewerkt aan het tastbaar maken van de bedrijfscultuur. De Bedrijfscode is breed besproken binnen de organisatie, onder meer in de groepsdirectie, met vestigingsdirecteuren en in teams. Met de toolbox ‘Samen in gesprek’ zijn honderden collega’s met elkaar in gesprek gegaan over herkenbare dilemma’s en praktijksituaties. Hierdoor bleef de Bedrijfscode niet beperkt tot een document, maar werd deze gebruikt als leidraad in het dagelijks werk. Om inzicht te krijgen in hoe collega’s het werken bij Breman ervaren, is in 2025 opnieuw een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) uitgevoerd. De resultaten laten zien dat collega’s zich steeds veiliger voelen om zich uit te spreken en elkaar aan te spreken.

Vooruitblik

De komende jaren blijft Breman werken aan het bevorderen van een gezonde bedrijfscultuur. De focus ligt op het zorgen dat alle collega’s de Bedrijfscode kennen en toepassen, met leidinggevenden die hierin zichtbaar het goede voorbeeld geven. Daarnaast wordt toegewerkt naar een structurelere manier van leren, monitoren en bijsturen, onder meer door het gesprek over gedrag en dilemma’s te blijven voeren en ervaringen beter vast te leggen.

7.2.3 Milieu (E)

Energie- en broeikasgasemissies (B3)

Afbakening en uitgangspunten

In dit hoofdstuk rapporteert Breman over haar broeikasgasemissies. De CO₂-voetafdruk heeft betrekking op de Nederlandse vestigingen van Breman en is opgesteld in overeenstemming met het Greenhouse Gas Protocol. In dit verslag zijn scope 1-, scope 2- en relevante scope 3-emissies opgenomen. Als basisjaar is 2019 gehanteerd. Daarnaast worden de cijfers over boekjaar 2024 en 2025 gepresenteerd, zodat ontwikkelingen in de tijd inzichtelijk zijn. In hoofdstuk 4.1 Minder uitstoot, meer impact kun je meer lezen over onze resultaten en verbeterpunten rondom de CO₂-voetafdruk. 

Energieverbruik

Breman rapporteert over haar totale energieverbruik 2025 ten opzichte van 2024, uitgesplitst naar hernieuwbare en niet-hernieuwbare energiebronnen. Het energieverbruik is uitgedrukt in megawattuur (MWh) en heeft betrekking op elektriciteit en aardgasverbruik van locaties en het brandstof- en elektriciteitsverbruik van ons wagenpark

  Elektriciteit 2025 Elektriciteit 2024 Brandstof 2025 Brandstof 2024 Totaal 2025 Totaal 2024
Hernieuwbare energie 2.172 1.734 1 0 2.173 1.734
Niet-hernieuwbare energie 1.794 1.767 16.219 18.680 18.013 20.447

CO₂-voetafdruk (scope 1, 2 en 3)

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de CO₂-voetafdruk van Breman voor de jaren 2019, 2024 en 2025. De emissies zijn uitgesplitst naar scope en categorie, overeenkomstig de indeling van het Greenhouse Gas Protocol. Breman rapporteert over de scope 3-emissies die relevant zijn voor haar activiteiten. Niet alle scope 3-categorieën zijn voor Breman van toepassing. In hoofdstuk 4.1 Minder uitstoot, meer impact is per categorie aangegeven of deze is opgenomen en, indien niet van toepassing, waarom.

Categorie (in ton CO₂e) 2019
(basisjaar)
2024
(vorig jaar)
2025
(huidig jaar)
% 2025
t.o.v. 2024
% 2025
t.o.v. 2019
Totaal scope 1 en 2-emissies (locatiegebaseerd) 7.363 5.659 5.174 -9% -30%
Scope 1-emissies
Totale scope 1-emissies 6.760 4.753 4.104 -14% -39%
Scope 2-emissies
Locatiegebaseerd scope 2 603 906 1.070 18% 77%
Marktgebaseerd scope 2 256 352 476 35% 86%
Scope 3-emissies
Totaal scope 3-emissies 607.332 368.371 386.198 5% -36%
1: Ingekochte goederen en diensten 49.015 40.503 39.644 -2% -19%
2: Kapitaalgoederen 4.125 3.984 8.914 124% 116%
3: Brandstof en energie 2.165 1.671 1.534 -8% -29%
4: Transport (upstream) 450 495 465 -6% 3%
5: Afval 363 452 351 -22% -3%
6: Zakelijk vervoer 46 27 35 30% -24%
7: Woonwerkverkeer 620 588 544 -7% -12%
11: Gebruik verkochte producten 549.070 319.560 333.482 4% -39%
12: End of life verkochte producten 1.479 1.092 1.229 13% -17%
Totaal broeikasgasemissies
Totaal BKG locatiegebaseerd 614.695 374.030 391.372 5% -36%
Totaal BKG marktgebaseerd 614.348 373.476 390.778 5% -36%

Datakwaliteit en methodiek

Voor scope 1 en scope 2 maakt Breman grotendeels gebruik van primaire gegevens, zoals brandstofverbruik en energieverbruik van panden. Voor (delen van) de scope 3-emissies is de beschikbare data nog wisselend van kwaliteit en volledigheid. Waar primaire activiteits- of productdata ontbreekt, zijn emissies berekend op basis van schattingen en spend-based methodieken, met gebruik van generieke emissiefactoren. De datadekking en nauwkeurigheid verschillen per scope 3-categorie en per leverancier. 

Breman streeft ernaar de kwaliteit van de scope 3-gegevens structureel te verbeteren. In samenwerking met leveranciers en andere ketenpartners wordt gewerkt aan het verfijnen van datatoelevering, met als doel meer betrouwbare en beter vergelijkbare gegevens in toekomstige duurzaamheidsverslagen. In bijlage 7.3 Zo zijn de cijfers opgebouwd wordt per scopecategorie toegelicht welke rekenmethoden en aannames zijn toegepast en waar sprake is van onzekerheden of verbeterpotentieel in de datakwaliteit.

Broeikasgasintensiteit

Naast de absolute broeikasgasemissies rapporteert Breman over de broeikasgasintensiteit. Deze indicatoren geven inzicht in de verhouding tussen CO₂-uitstoot en omzet. De tabel hieronder laat de locatiegebaseerde uitstoot zien per omzet. De eenheid in de tabel is uitgedrukt in ton CO₂e gedeeld door de geconsolideerde omzet in miljoenen euro's voor alle Nederlandse vestigingen van Breman.

Broeikasgasintensiteit 2019 2024 2025
Broeikasgasintensiteit (scope 1 en 2) 26 17 15
Broeikasgasintensiteit (scope 1, 2 en 3) 2.152 1.108 1.105

Verontreiniging van lucht, water en bodem (B4)

Bij de uitvoering van onderhouds‑ en servicewerkzaamheden aan koel‑ en klimaatsystemen bij opdrachtgevers werkt Breman met installaties die gefluoreerde broeikasgassen (F‑gassen) bevatten. Deze installaties zijn eigendom van de opdrachtgever; Breman is verantwoordelijk voor inspectie, onderhoud, herstel en indien nodig, het bijvullen van koudemiddelen na het vaststellen en verhelpen van lekkages. Binnen het uitgevoerde onderhoud gaat het vooral om HFK‑koudemiddelen met een relatief hoog aardopwarmingsvermogen (GWP), zoals R410A, die historisch veel zijn toegepast in klimaatsystemen. Daarnaast komen ook andere typen F‑gassen voor, die in beperktere mate worden gebruikt afhankelijk van het type installatie en het bouwjaar.

Op grond van de Europese F‑gasverordening (EU) 2024/573 en de bijbehorende Nederlandse uitvoeringsregels zijn ondernemingen die werkzaamheden uitvoeren aan installaties met F‑gassen wettelijk verplicht om lekkages te voorkomen, uitgevoerde bijvulhandelingen te registreren en deze gegevens beschikbaar te houden voor bevoegde autoriteiten. Deze verplichtingen gelden ook wanneer de installaties niet in eigendom zijn van de uitvoerende onderneming, maar de emissies samenhangen met de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden. Breman registreert F‑gassen die bij onderhouds‑ en serviceactiviteiten zijn bijgevuld als gevolg van geconstateerde lekkages, conform de geldende wet‑ en regelgeving en de eisen uit de BRL‑100 certificering. De geregistreerde gegevens maken onderdeel uit van de wettelijk vereiste koudemiddelenadministratie en kunnen door toezichthoudende instanties worden ingezien.

In het kader van het VSME‑duurzaamheidsverslag worden deze emissies kwalitatief toegelicht. De geregistreerde hoeveelheden worden op dit moment niet verder gekwantificeerd of uitgesplitst in de CO₂‑voetafdruk, omdat de huidige administratieve inrichting nog onvoldoende betrouwbaar onderscheid mogelijk maakt tussen emissies die volgens het broeikasgasprotocol aan scope 1 dan wel scope 3 moeten worden toegerekend.

Breman zet actief in op het beperken van luchtverontreiniging door F‑gassen door periodieke lekdichtheidscontroles, zorgvuldig herstel van installaties en het adviseren van opdrachtgevers over het toepassen van koudemiddelen met een lager aardopwarmingsvermogen (GWP), waar dit technisch en contractueel mogelijk is. Hiermee wordt bijgedragen aan het beperken van milieu‑impact en het beheersen van risico’s die samenhangen met klimaat‑ en milieuwetgeving.

Biodiversiteit (B5)

Biodiversiteit is op basis van de uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse geen materieel ESG‑thema voor Breman. Dit hangt samen met de aard van onze activiteiten en de ligging van onze bedrijfslocaties. De activiteiten van Breman vinden voornamelijk plaats in Nederland. Dit is ook de locatie waar de significante activa van de organisatie zich bevinden. De Duitse activiteiten zijn uitgesloten van dit verslag (zie hoofdstuk 7.2.2 Algemene informatie (VSME)).

In de tabel bij VSME‑datapunt B1 in hoofdstuk 7.2.2 Algemene informatie (VSME) zijn de belangrijkste Nederlandse locaties opgenomen die in eigendom zijn, worden gehuurd of worden beheerd door Breman en waar de primaire bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Op basis van een geografische screening, gebruikmakend van de officiële Natura 2000‑gebiedskaart van de Rijksoverheid, is vastgesteld dat een aantal kantoorlocaties direct grenst aan een Natura 2000‑gebied (afstand 0–1 kilometer), zoals weergegeven in de tabel bij dit datapunt. 

Deze locaties liggen weliswaar nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden, maar Breman voert op deze locaties uitsluitend kantoor‑ en ondersteunende activiteiten uit. Breman heeft geen productieprocessen, emissies of grondgebonden activiteiten die een directe negatieve impact hebben op beschermde natuurgebieden of leefgebieden van beschermde soorten. Op basis van de aard en omvang van de activiteiten zijn er geen aanwijzingen voor significante negatieve effecten op biodiversiteit en ecosystemen.

Bij nieuwe (bouw)locaties en uitbreidingen houdt Breman nadrukkelijk rekening met de geldende wet‑ en regelgeving die van toepassing is in of nabij Natura 2000‑gebieden, waaronder regelgeving op het gebied van natuurbescherming en biodiversiteit. Hiermee wordt geborgd dat ontwikkelingen plaatsvinden binnen de wettelijke kaders en met aandacht voor de omgeving.

Gelet op het bovenstaande en de uitkomsten van de dubbele materialiteitsanalyse wordt biodiversiteit niet verder inhoudelijk uitgewerkt in dit duurzaamheidsverslag.

Locatie adres Natura2000-gebied Afstand tot Natura2000-gebied Oppervlakte locatie (in m2)
Amersfoortseweg 24H, Maarn Utrechtse Heuvelrug 0-1 kilometer 3.278
Jutestraat 8, Genemuiden Weerribben-Wieden 0-1 kilometer 1.085
Karst de Langestraat 10, Genemuiden Weerribben-Wieden 0-1 kilometer 3.070
Nijverheidsstraat 35, Genemuiden Weerribben-Wieden 0-1 kilometer 2.398
Sasdijk 9, Genemuiden Weerribben-Wieden 0-1 kilometer 7.980
Schering 11, Genemuiden Weerribben-Wieden 0-1 kilometer 2.194
Stoomstraat 9, Kampen Ijssel / Ketelmeer 0-1 kilometer 1.333

Water (B6)

Water is op basis van de uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse geen materieel ESG‑thema voor Breman. Dit hangt samen met de aard en beperkte omvang van het watergebruik, het ontbreken van waterintensieve productieprocessen en het feit dat Breman uitsluitend drinkwater afneemt via drinkwaterbedrijven (waar de wateronttrekking in het waterwingebied plaatsvindt). Omdat Breman zelf geen water onttrekt en geen directe invloed heeft op waterwinning, zijn er geen aanwijzingen dat het watergebruik van Breman een significante of materiële bijdrage levert aan waterstress.  

In 2025 bedroeg het totale waterverbruik 3.442 m³ (2024: 3.960 m³). Dit water wordt gebruikt op kantoor‑ en bedrijfslocaties. Alle bedrijfslocaties van Breman zijn gelegen in Nederland. Het waterverbruik in 2025 is deels gebaseerd op meterstanden uit 2024 vanwege onvolledige meterstanden. Daarnaast ontbreken in de cijfers over 2024 en 2025 het waterverbruik van een deel van de huurlocaties. In de komende jaren werken wij aan het verder verbeteren van de volledigheid en betrouwbaarheid van deze gegevens.

Gebruik van hulpbronnen, circulaire economie en afvalbeheer (B7)

Toepassing van circulaire principes

Breman past de beginselen van de circulaire economie toe door te sturen op het voorkomen van afval, het verlengen van de levensduur van materialen en het hergebruik waar mogelijk. De focus ligt daarbij op reparatie en revisie van onderdelen, hergebruik van materialen en het beperken van materiaalgebruik, onder andere door prefab toepassingen en bewuste materiaalkeuzes in ontwerp en uitvoering.

Deze manier van werken is onderdeel van de dagelijkse praktijk binnen projecten en beheer. In 2025 is verdere invulling gegeven aan circulair werken door samenwerking met ketenpartners, zoals fabrikanten, revisiepartners en afvalverwerkers. Meer informatie over circulair werken bij Breman lees je in hoofdstuk 4.3 De cirkel rond: circulair werken.

Afvalstromen en verwerking

In 2025 heeft Breman de registratie en het inzicht in afvalstromen aanzienlijk verbeterd. Door de overstap naar twee vaste afvalinzamelaars en het uitvoeren van afvalscans op meerdere locaties is voor het eerst een vrijwel volledig beeld ontstaan van de afvalstromen waarvoor Breman zelf verantwoordelijk is. Meer informatie over afvalstromen en verwerking binnen Breman lees je in hoofdstuk 4.2 De grondstoffen van de toekomst.

De totale jaarlijkse afvalproductie in 2025 bedroeg 974.526 kg. In tabel 1 wordt deze afvalproductie uitgesplitst naar type afvalstroom. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen niet-gevaarlijk en gevaarlijk afval. In tabel 2 is weergegeven welk deel van het afval wordt omgeleid naar hergebruik of recycling, en welk deel wordt verwerkt via verbranding met energieterugwinning. Het grootste deel van het afval wordt gerecycled. De cijfers over 2025 worden gezien als een nulmeting en vormen de basis om de komende jaren verder te sturen op afvalpreventie, betere scheiding en een hoger aandeel hergebruik en recycling.

Breman is actief in de installatiebranche, een sector met aanzienlijke materiaal- en afvalstromen. In 2025 lag de nadruk op het op orde brengen van afvaldata en daarmee inzicht krijgen in de afvalstromen om deze verder te optimaliseren. Voor de materiaalstromen krijgt dit de komende jaren eenzelfde vervolg.

Tabel 1

Type afvalstroom Aantal kg gevaarlijk 2025 Aantal kg niet-gevaarlijk 2025 Totaal kg 2025
Restafval 0 294.920 294.920
IJzerwaren 0 171.736 171.736
Papier en karton 0 126.381 126.381
Aluminium 0 94.592 94.592
Bouw-/sloopafval 0 83.890 83.890
Hout 0 37.274 37.274
Metalen 0 36.425 36.425
Papier 0 33.880 33.880
Elektronisch afval 20.698 3.399 24.097
Karton 0 19.097 19.097
Overig 4.272 7.365 11.636
Kunststof 0 10.445 10.445
Pallets 0 10.048 10.048
Koper 0 7.196 7.196
Plastic 0 4.836 4.836
Piepschuim 0 3.244 3.244
Folie 0 2.995 2.995
PVC 0 1.067 1.067
Kabel 0 751 751
Totaal 24.970 949.556 974.526

Tabel 2

Verwerkingsmethoden in 2025 % van het totaal kg 2025
Hergebruik 0,6%
Recycling 65,5%
Verbranding met energieterugwinning 33,5%
Stort 0,4%
Totaal 100%

Streefcijfers voor broeikasgasreductie en klimaattransitie (C3)

Reductiedoelen broeikasgasemissies

Breman heeft reductiedoelen vastgesteld voor de totale broeikasgasemissies (scope 1, 2 en 3 gezamenlijk), met 2019 als basisjaar. We streven naar een gefaseerde reductie van onze broeikasgasemissies. De reductiedoelen zijn vastgesteld op totaalniveau en luiden als volgt:

  • Tussendoel 2026: –20% totale CO₂-uitstoot (in ton CO₂e) ten opzichte van het basisjaar 2019
  • Tussendoel 2028: –35% totale CO₂-uitstoot (in ton CO₂e) ten opzichte van het basisjaar 2019
  • Streefjaar 2030: –50% totale CO₂-uitstoot (in ton CO₂e) ten opzichte van het basisjaar 2019
  • Langetermijnambitie: klimaatneutraal in 2050

Deze reductiedoelen hebben betrekking op de totale CO₂-voetafdruk (scope 1, 2 en 3 gezamenlijk) en zijn nog niet uitgesplitst per scope. De verdere uitwerking en wetenschappelijke onderbouwing van deze doelen vindt plaats via het klimaattransitieplan (zie hieronder verder toegelicht), waarbij ook wordt onderzocht in hoeverre de reductiedoelen in lijn kunnen worden gebracht met internationaal erkende klimaatafspraken, zoals het Klimaatakkoord van Parijs.

Klimaattransitieplan

Breman is actief in de installatiebranche (NACE-sectie F), die formeel niet is aangemerkt als sector met een grote klimaatimpact onder de VSME-definitie. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de eigen CO₂-voetafdruk is Breman in 2025 desondanks gestart met de ontwikkeling van een klimaattransitieplan. In dit plan wordt uitgewerkt hoe onze organisatie stapsgewijs wil bijdragen aan de vermindering van broeikasgasemissies richting 2030 en 2050. Daarbij wordt voor de hotspotcategorieën en scope 1 en 2 waar Breman directe invloed op heeft, uitgewerkt welke maatregelen nodig zijn om stapsgewijs reductiedoelen te realiseren. Ook wordt gewerkt aan de wetenschappelijke onderbouwing van de reductiedoelen en aan het vaststellen van passende KPI’s en sturingsinformatie.

Omdat dit traject nog loopt, beschikt Breman op dit moment nog niet over een volledig uitgewerkt klimaattransitieplan. Het plan wordt de komende jaren verder ontwikkeld en geïmplementeerd. Afhankelijk van de inzichten die dit proces oplevert, kan het uiteindelijke reductiedoel in de toekomst nader worden aangescherpt of bijgesteld, zoals ook is vastgelegd in de duurzaamheidsstrategie.

Belangrijkste acties om de reductiedoelen te realiseren

De reductiemaatregelen om de vastgestelde reductiedoelen te realiseren maken integraal onderdeel uit van het klimaattransitieplan. Breman onderzoekt op dit moment welke maatregelen per hotspotcategorie het meest effectief bijdragen aan het behalen van de reductiedoelen, met specifieke aandacht voor scope 1 en 2, waar de organisatie directe invloed op heeft. De uitkomsten van deze werkzaamheden bepalen welke en hoe maatregelen verder worden geprioriteerd, geconcretiseerd en in de tijd worden uitgezet richting 2030 en 2050. Tegelijkertijd werkt Breman al actief aan CO₂-reductie. In 2025 en de komende jaren richt de organisatie zich onder meer op:

  • verdere verduurzaming en elektrificatie van het wagenpark;
  • bewuste keuzes in ingekochte producten en installaties, met aandacht voor CO₂-impact en levensduur;
  • samenwerking met leveranciers en ketenpartners om productdata en emissie-inzichten te verbeteren;
  • vergroten van bewustwording en sturingsinformatie binnen de organisatie.

Deze acties zijn in 2025 verder geconcretiseerd en vormen de basis voor de verdere uitwerking van reductiemaatregelen binnen het klimaattransitieplan. Meer informatie over beleid en acties in 2025 lees je in hoofdstuk 4.1 Minder uitstoot, meer impact.

Klimaatrisico’s (C4)

Klimaatgerelateerde risico’s zijn bij Breman voorlopig in beeld gebracht als onderdeel van de dubbele materialiteitsanalyse. Daarnaast is gebruikgemaakt van een sectorbrede analyse van klimaatrisico’s, opgesteld in samenwerking met Techniek Nederland. Deze analyse geeft inzicht in klimaatgerelateerde gevaren en transitieontwikkelingen die relevant kunnen zijn voor de installatiebranche. De uitkomsten hiervan zijn nog niet volledig Breman specifiek uitgewerkt.

Op hoofdlijnen gaat het daarbij om:

  • fysieke klimaatrisico’s, zoals extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld hitte, droogte en wateroverlast), die invloed kunnen hebben op de uitvoering van werkzaamheden, de inzetbaarheid van collega’s en de continuïteit van projecten;
  • klimaatgerelateerde transitiegebeurtenissen, zoals veranderende wet- en regelgeving, toenemende eisen van klanten en financiers, en ontwikkelingen in technologie en beschikbaarheid van producten.

De beoordeling van de blootstelling, gevoeligheid en tijdshorizonten van deze risico’s wordt op dit moment verder uitgewerkt. Ook zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt over classificatie van risico’s (bijvoorbeeld hoog, middel of laag) of over concrete klimaatadaptatiemaatregelen.

Breman werkt deze klimaatrisico’s volledig en concreet uit als onderdeel van het klimaattransitieplan. In dat kader worden de risico’s verder geanalyseerd, geprioriteerd in de tijd (kort, middellang en lang), en wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn om mogelijke negatieve effecten op de bedrijfsvoering en financiële prestaties te beperken. Zodra dit traject is afgerond, zal Breman hierover uitgebreider rapporteren.

7.2.4 Mens & Maatschappij (S)

Algemene kenmerken personeel (B8)

Breman rapporteert over de samenstelling van het personeelsbestand op basis van de peildatum 31 december van de verslagperiode. De gegevens worden weergegeven in aantal collega’s en voltijdequivalenten (FTE) en zijn uitgesplitst naar type arbeidsovereenkomst en gender. Daarnaast worden vergelijkende cijfers over 2024 opgenomen. Meer toelichting bij deze cijfers lees je in hoofdstuk 2.2.1 Een werkplek voor iedereen.

In dit verslag rapporteren we alleen over de activiteiten in Nederland. Het personeelsbestand is daardoor volledig gebaseerd op arbeidsovereenkomsten naar Nederlands recht.

In overeenstemming met de VSME-rapportagestandaard rapporteert Breman ook het personeelsverloop over de verslagperiode, aangezien de organisatie meer dan 50 werknemers in dienst heeft. Meer toelichting bij het personeelsverloop lees je in het hoofdstuk 2.2.4 Onze arbeidsvoorwaarden: van vitaliteit tot verduurzaming.

  Aantal collega’s 2025 Aantal collega’s 2024 FTE 2025 FTE 2024
Soort contract        
Vast contract 1.442 1.379 1.350 1.296
Tijdelijk contract 275 215 253 195
Totaal 1.717 1.594 1.603 1.491
         
Geslacht        
Mannen 1.448 1.357 1.397 1.313
Vrouwen 269 237 206 178
Anders identificeren dan man/vrouw 0 0 0 0
Geen informatie verstrekt over genderidentiteit 0 0 0 0
Totaal 1.717 1.594 1.603 1.491
Personeelsverloop 2025 2024
Aantal collega’s die tijdens de verslagperiode is vertrokken 266 245
Aantal collega’s aan het begin van de verslagperiode 1.594 1.544
Aantal collega’s aan het einde van de verslagperiode 1.717 1.594
Verloop van collega’s [%] in de verslagperiode 16% 16%

Gezondheid en veiligheid personeel (B9)

“We werken veilig, of we werken niet.” Die overtuiging vormt de basis van hoe Breman elke dag werkt. Veiligheid is geen los onderwerp, maar onderdeel van het vakmanschap: in de voorbereiding van het werk, op de werkvloer en in hoe collega’s met elkaar omgaan. Het doel is dat iedereen het werk veilig kan uitvoeren en aan het einde van de dag gezond naar huis gaat. In overeenstemming met de VSME- rapportagestandaard rapporteert Breman het aantal arbeidsongevallen, inclusief het bijbehorende percentage, en het aantal dodelijke arbeidsongevallen en sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten. Een uitgebreide toelichting op het veiligheidsbeleid, de acties en resultaten in 2025, aanvullende indicatoren en de duiding van deze cijfers is opgenomen in het commerciële jaarverslag, hoofdstuk 2.1.1 Zo bouwen we elke dag aan veiligheid.

Indicator 2025 2024
Aantal ongevallen 92 98
Aantal dodelijke ongevallen 0 0
Ongevallenratio 7,3% 8,6%

Vergoeding, collectieve onderhandeling en opleiding personeel (B10)

Beloning en collectieve arbeidsovereenkomsten

Breman biedt arbeidsvoorwaarden die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en die zijn gericht op zekerheid, duurzame inzetbaarheid en goed werkgeverschap. Alle collega’s ontvangen, zowel in 2025 als in 2024, een beloning die gelijk is aan of hoger is dan het toepasselijke minimumloon, zoals vastgesteld in nationale wetgeving of via collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) (VSME-referentie: B10 42 (a)). Het personeelsbestand van Breman valt volledig onder collectieve arbeidsovereenkomsten (VSME-referentie B10 42 (c)). Bij de inrichting van arbeidsvoorwaarden kijkt Breman niet alleen naar beloning, maar ook naar vitaliteit, werkplezier en ontwikkelmogelijkheden, zodat collega’s hun werk gezond en met plezier kunnen blijven doen.

In 2025 bedroeg het niet-gecorrigeerde loonverschil tussen mannen en vrouwen 5,2%, waarmee het verschil is afgenomen ten opzichte van 2024 (7,9%) (VSME-referentie: B10 42 (b)). Deze ontwikkeling hangt samen met het toegenomen aandeel vrouwen in de subtop van de organisatie (vestigingsdirectie). Dit is een positief signaal en sluit aan bij onze ambitie om het aandeel vrouwen in de (sub)top te vergroten. Een nadere toelichting op het beloningsbeleid, de toepassing van cao’s en de duiding van de beloningskloof is opgenomen in het commerciële jaarverslag 2025, hoofdstuk 2.2.4 Onze arbeidsvoorwaarden: van vitaliteit tot verduurzaming.

Opleiding en ontwikkeling collega’s

Breman investeert in de ontwikkeling van collega’s om vakmanschap te versterken en duurzame inzetbaarheid te ondersteunen. In overeenstemming met de VSME-rapportagestandaard rapporteren we in onderstaande tabel het gemiddeld aantal interne opleidingsuren per collega, uitgesplitst naar gender. Een uitgebreide toelichting op visie, beleid, acties en resultaten in 2025, aanvullende indicatoren en de verdere ontwikkeling van de Breman Academy is opgenomen in het commerciële jaarverslag 2025, hoofdstuk 2.2.3 We zetten ontwikkeling centraal.

Indicator 2025 2024
Gemiddeld aantal interne opleidingsuren per collega - mannen 9 10
Gemiddeld aantal interne opleidingsuren per collega - vrouwen 3 3

Externe opleidingsuren zijn in bovenstaande tabel nog niet opgenomen, omdat deze nog niet eenduidig en betrouwbaar zijn geregistreerd. Met de invoering van een nieuw leermanagementsysteem (LMS) en de verdere inrichting van de HR-jaarcyclus wordt dit inzicht vanaf 2026 verbeterd.

In 2025 nam het gemiddelde aantal interne opleidingsuren per collega licht af ten opzichte van 2024. Deze ontwikkeling hangt samen met de verhuizing van de Breman Academy naar een tijdelijke locatie, waardoor gedurende een deel van het jaar minder trainingen konden worden verzorgd. Omdat het grootste deel van de buitendienst uit mannen bestaat en een belangrijk deel van de opleidingen hierop is gericht, ligt het gemiddelde aantal opleidingsuren bij mannen hoger dan bij vrouwelijke collega’s.

Aanvullende (algemene) kenmerken van het personeelsbestand (C5)

Diversiteit in managementfuncties

Breman streeft naar een werkomgeving waarin iedereen zich welkom, gewaardeerd en gerespecteerd voelt. Diversiteit en kansengelijkheid maken hier een vanzelfsprekend onderdeel van uit, ook binnen leidinggevende en managementfuncties.

Voor managementfuncties zijn de gegevens over de genderverdeling in 2024 en 2025 nog niet volledig en niet eenduidig beschikbaar (VSME-referentie: C5 59). De afbakening van managementfuncties en de bijbehorende registraties verschillen op dit moment binnen de organisatie, waardoor betrouwbare en consistente rapportage nog niet mogelijk is. In 2026 leggen we managementfuncties eenduidig vast in het HR-systeem en verbeteren we onze dataprocessen. Hierdoor kan de diversiteit binnen managementfuncties voortaan structureel, vergelijkbaar en betrouwbaar worden gevolgd. Dit vormt een belangrijke basis om gerichter te kunnen sturen op een evenwichtige vertegenwoordiging binnen deze groep in de organisatie.

Een nadere toelichting op diversiteit, inclusie en de bredere context van deze ontwikkeling is opgenomen in het commerciële jaarverslag 2025, hoofdstuk 2.2 Een werkplek voor iedereen.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en ingeleend personeel

Deze toelichting hoort bij VSME C5 60. Binnen de personeelscijfers en diversiteitsindicatoren in dit verslag zijn uitsluitend collega’s met een arbeidsovereenkomst opgenomen. Zzp’ers en ingehuurd personeel via derden maken geen onderdeel uit van deze gegevens. Zzp’ers die door Breman worden ingezet, werken in 2025 niet uitsluitend of structureel voor Breman, maar verrichten werkzaamheden op opdrachtbasis voor meerdere opdrachtgevers. Zij vallen daarmee buiten de arbeidsrechtelijke relatie die geldt voor collega’s met een arbeidsovereenkomst en maken geen onderdeel uit van de reguliere HR-sturing en systematiek, waaronder arbeidsvoorwaarden en loopbaanontwikkeling. Tegelijkertijd is Breman zich ervan bewust dat deze afbakening in de praktijk aandacht vraagt. In lijn met de wet DBA werkt Breman er actief aan om te borgen dat de inzet van zzp’ers en inleen voldoet aan de geldende wet‑ en regelgeving. Dit betekent onder andere dat Breman scherp is op het voorkomen van situaties waarin zzp’ers of ingehuurde krachten uitsluitend of structureel voor Breman werkzaam zijn.

Mensenrechtenbeleid- en processen (C6)

Breman beschikt over een Bedrijfscode waarin normen en uitgangspunten zijn vastgelegd voor integer, eerlijk en respectvol handelen. In deze code is vastgelegd hoe wij omgaan met elkaar, met onze omgeving en met wet- en regelgeving. De Bedrijfscode is van toepassing op alle collega’s van Breman en vormt de basis voor verantwoord handelen binnen de organisatie. Daarnaast verwacht Breman dat externe partijen met wie wordt samengewerkt, zoals leveranciers en ingehuurde partijen, deze uitgangspunten onderschrijven en naleven. Dit maakt onderdeel uit van de bredere visie op verantwoord handelen, zoals toegelicht op de website van Breman.

De Bedrijfscode gaat onder meer in op onderwerpen als integriteit, respect, veiligheid, gelijke behandeling, ongevallenpreventie en het naleven van wet  en regelgeving. Onderdeel van de Bedrijfscode is ook de Regeling tegengaan ongewenst gedrag, waarin is vastgelegd hoe Breman omgaat met discriminatie, intimidatie en andere vormen van ongewenst gedrag. Deze regeling bevat ook het meld- en klachtenproces, waarmee collega’s en externen zorgen, vragen of vermoedelijke misstanden op een veilige en zorgvuldige manier kunnen melden.

Een nadere toelichting op de Bedrijfscode, lees je in hoofdstuk 2.2.2 Cultuur die je elke dag beleeft.

De Bedrijfscode van Breman bevat een bredere set aan uitgangspunten voor verantwoord handelen. In onderstaande tabel is specifiek weergegeven hoe de vragen uit VSME-onderdeel C6 worden afgedekt in de Bedrijfscode.

VSME-onderdeel C6 Komt dit expliciet in de Bedrijfscode of Regeling terug?
Kinderarbeid Nee*
Dwangarbeid Nee*
Mensenhandel Nee*
Discriminatie Ja
Ongevallenpreventie Ja
Overig (integriteit, anticorruptie, belangenverstrengeling, privacy) Ja

*Deze onderwerpen zijn niet expliciet als afzonderlijk thema opgenomen in de Bedrijfscode van Breman. Zij worden echter impliciet geborgd via de uitgangspunten voor naleving van wet- en regelgeving en integer handelen. Daarnaast maken deze onderwerpen onderdeel uit van de afspraken met onder andere de belangrijkste leveranciers en fabrikanten waarmee Breman samenwerkt, onder meer via de duurzaamheidsverklaring.

Ernstige negatieve incidenten met betrekking tot mensenrechten (C7)

Breman monitort signalen en incidenten rondom discriminatie, mensenrechten en ongewenst gedrag als onderdeel van het bevorderen van een gezonde bedrijfscultuur. Daarbij wordt gebruikgemaakt van bestaande meldstructuren en inzichten uit onder andere het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO).

In 2024 en 2025 zijn geen vastgestelde incidenten geregistreerd op het gebied van discriminatie en mensenrechten (VSME-referentie: C7 62 (a)). Dit betekent dat er in deze jaren geen formele meldingen zijn gedaan die hebben geleid tot vastgestelde incidenten.

Tegelijk ziet Breman dit cijfer in context. Situaties worden in de praktijk vaak informeel besproken en opgelost, bijvoorbeeld met een leidinggevende of een vertrouwenspersoon, en worden niet altijd als incident vastgelegd. Dat vraagt om blijvende aandacht voor registratie, leren en opvolging, zodat signalen ook in de toekomst tijdig worden herkend en – waar nodig – structureel kunnen worden opgepakt.

Een nadere toelichting op onze bedrijfscultuur en de wijze waarop signalen worden besproken en opgevolgd, lees je in hoofdstuk 2.2.2 Cultuur die je elke dag beleeft.

7.2.5 Bestuur & Beleid (G)

Veroordelingen en boetes voor corruptie en omkoping (B11)

In de verslagperiode 2024 en 2025 zijn er geen veroordelingen vastgesteld en zijn er geen boetes opgelegd wegens schending van wet- en regelgeving op het gebied van corruptie en omkoping. Het aantal veroordelingen in deze verslagperiode bedraagt daarmee nul en het totale bedrag van de opgelegde boetes bedraagt € 0 (VSME-referentie: B11 43). Breman handelt in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving en de principes uit de Bedrijfscode.

Ontvangsten uit bepaalde activiteiten en uitsluiting van EU-referentiebenchmarks (C8)

Breman is niet actief in de sectoren die worden genoemd in VSME-datapunt C8. De organisatie behaalt geen inkomsten uit activiteiten die verband houden met:

  • controversiële wapens (waaronder antipersoonsmijnen, clustermunitie, chemische of biologische wapens);
  • de teelt of productie van tabak;
  • fossiele brandstoffen (kolen, olie of gas), waaronder exploratie, winning, productie, verwerking, opslag, raffinage of distributie;
  • de productie van chemische stoffen als fabrikant van pesticiden of andere agrochemische producten.

Op basis hiervan is Breman niet uitgesloten van EU-referentiebenchmarks die in overeenstemming zijn met de Overeenkomst van Parijs.

Genderdiversiteitsverhouding in het bestuursorgaan (C9)

Breman streeft naar een evenwichtige samenstelling van haar bestuursorganen, in lijn met haar kernwaarden van gelijkwaardigheid en zorgen voor elkaar. De diversiteit binnen bestuursorganen wordt daarom gevolgd en periodiek geëvalueerd.

In 2025 bestond 7% van de bestuursorganen uit vrouwen, een lichte toename ten opzichte van 2024 (6%) (VSME-referentie: C9 65). Onder bestuursorganen verstaat Breman de Raad van Commissarissen, de groepsdirectie, overige directieleden van Breman Groepskantoor en de vestigingsdirecteuren. De ontwikkeling laat zien dat stappen worden gezet, maar weerspiegelt tegelijkertijd ook de historische opbouw van de organisatie en de beperkte doorstroom naar de hoogste lagen in eerdere jaren.

Breman streeft ernaar om deze ontwikkeling verder te versterken. Voor de Raad van Commissarissen wordt een evenwichtige verhouding behouden. Voor andere bestuurslagen worden thema’s als diversiteit en samenstelling expliciet meegenomen in de verdere beleidsvorming, met als doel op termijn toe te werken naar een bredere en meer evenwichtige vertegenwoordiging. Een nadere toelichting op de visie van Breman op diversiteit en inclusie lees je in hoofdstuk 2.2.1 Een werkplek voor iedereen